Vakanties Andy en Suzy

Madagascar 2

Bonjour!

Alweer een week voorbij, time flies… De rest kun je zelf wel invullen. Ons eerste verhaaltje is vanuit ons epicentrum voor de Tsingies, de grote en kleine, gepost. We zijn nu alweer wat haltes verder. Op zondag vertrokken we daar en dat betekende dat we dezelfde weg als die van een paar dagen daarvoor moesten afleggen. Ook nu was de passagiersstoel weer bezet maar niet door een militair dit keer. Terwijl we stonden te wachten voor de eerste overtocht over de rivier liep er een vaza naar Damiante om hem iets te vragen. We zagen dat ze even in gesprek waren waarop de man richting de auto liep. Hij stelde zich voor als Mark from Ireland die naarstig op zoek was naar een lift. Hij wilde desnoods vastgebonden op de imperial (zat die op de auto?), als hij maar mee kon. We zijn de beroerdsten niet dus boden hem direct de plek in de kofferbak aan. Na nog een keer over ons hart te hebben gestreken mocht ie zo maar voorin meerijden. Na de korte overtocht kon de stofroute weer beginnen.

Al gauw bleek Mark een gezellige reisgenoot die zijn leven in Ierland zo’n twintig jaar geleden had ingeruild voor een reis rond de wereld die een jaar of anderhalf later zwerven over het Afrikaanse continent was geëindigd in Zimbabwe. Sinds die tijd woonde hij daar en was hij freelance wildlife guide en runde een reisbureautje. Omdat het momenteel niet echt bijzonder goed gaat met Zimbabwe was hij op onderzoek om zijn horizon wellicht te verbreden naar Mada. Hij was nu een maand of zes liftend en met openbaar vervoerend onderweg. Sjappoo, sjappoo Markie, wij doen het je niet na. Als je het ‘OV’ hier ziet zeur je nooit meer over een trein die een paar minuten te laat is. Het was aanvankelijk de bedoeling dat hij tot aan de veerboot mee zou gaan maar omdat wij toch verder op dezelfde route gingen kon hij langer meeliften. Toen wij aankwamen op het punt, op zo’n 75 procent van de route waar wij linksaf gingen, hebben we afscheid genomen en zagen hoe hij direct zijn volgende ride voor het laatste stuk scoorde.

Onze afslag was naar een park, Kirindy Forest genaamd. Dit park is vooral bekend om zijn nachtleven en de fossa. Nachtleven niet als in dreunende dance maar een wandeling op zoek naar de dieren die ’s avonds actief worden en de fossa als in het grootste inheemse roofdier in Madagascar. Het is een uit de kluiten gewassen katachtige met fikse tanden. Eenmaal geïnstalleerd in ons huisje zagen we een groot aantal bruine lemuren in de bomen rondom de parkeerplaats zitten. Gewapend met camera en telelens op jacht dus! Na de nodige plaatjes terug naar het huisje om even bij te komen van de rit en wat te relaxen. Al heel snel doken de eerste bruine lemuren op in de bomen rondom onze cabin.

Bruine lemuren bij de ochtendwandeling

Nadat de eerste stoere lemur zich op de grond had gewaagd volgde de rest al snel. In no time zaten er een achttal op de balustrade en veranda van ons huiske terwijl wij daar ook zaten. Hoe f**king speciaal is dat? Onze enige zorg was om de deur dicht te houden want hoe vertel je een lemur dat ie toch écht weer naar buiten moet?

Nadat de lemuren weer terug de bomen in waren en wij nog maar net waren bekomen van dit schouwspel hoorden we de alarmkreten van onze vrienden van zoëven. Dat kon niet veel anders betekenen dan dat er een fossa in de buurt was. En ja hoor, daar scharrelde er eentje een paar meter bij ons vandaan. Weer met de camera in de aanslag maar nu iets meer op onze hoede omdat we de waarschuwing hadden gekregen dat ze ook tegen mensen wel eens agressief konden zijn. Deze was niet op jacht naar lemuren maar deed zich te goed aan de resten die uit de keuken kwamen. De lemuren waren er niet minder gerust op.

Na al dit moois hadden we ook nog de avondtour te doen. Bij het invallen van de duisternis gingen we samen met de gids het bos in. Al heel snel had hij een grey mouselemur gespot. Een ienie mini lemuurtje die inderdaad wel iets wegheeft van een muis. In Kirindy zitten zes lemuren die ’s nachts actief zijn waarvan er eentje in z’n winterslaap zit deze tijd. Uiteindelijk hebben we ze alle zes gezien, ware het niet dat van de winterslaapsoort alleen de oren naar buiten staken. Het was echt een prachtig gezicht, mouselemurs die achter elkaar aan zitten hoog in de bomen omdat de ene iets te dichtbij kwam. Een grotere soort mouselemur die rustig de stam van een boom af kwam dalen op zoek naar eten en veel meer moois.

De volgende ochtend gingen we hetzelfde bos weer in maar nu dus op zoek naar de dieren die overdag actief zijn. Voor en tijdens het ontbijt werden we al getrakteerd op de grote fossa show. Als eerste liep er eentje over het terrein voor het restaurant dus iedereen aanwezig voor het ontbijt spoedde zich met camera daarheen. Daar was ie niet echt van gediend gezien de dreigende houding die hij direct aannam richting een man die te dichtbij kwam. Uitkijken voor die kleine met z’n scherpe tandjes. Niet veel later bleken ze ook niet echt onder de indruk te zijn van de aanwezigheid van mensen want ze kwamen gewoon het restaurant in. Ondanks dat wij er niet uitzien als een hapklare brok voor een fossa houd je toch gepaste afstand. Zoals gezegd, daarna gingen we het bos in. Ook nu weer een enorme score op de dierenkaart. Omdat de nachten best wel koud zijn daar zie je de meeste dieren opwarmen in de eerste zonnestralen. Dit geeft prachtige beelden van sifakas (witte lemur) en bruine lemuren hoog in de bomen genietend in de zon. Ook vonden we nog twee nachtdieren, een red tailed sportive lemur en een uil.

Na deze tocht konden we beginnen aan een lange autorit. Het eerste deel over de stoffige hobbelweg. Nog voordat we de doorgaande weg naar Morondava hadden bereikt kwamen we twee mensen tegen die daar liepen en hoopvol de duim opstaken. Het was de man die even daarvoor was bedreigd door de fossa en hij en zijn vriendin wilden in eerste instantie een lift naar de doorgaande weg. Wij vonden dat goed en Damiante had er ook geen problemen mee dus voor de tweede dag op rij hadden we gezelschap. Dit keer was het Peter uit Egmond, tegenwoordig wonend in Hong Kong waar Wendy zijn vriendin ook vandaan kwam. Uiteindelijk zijn ze helemaal mee naar Morondava meegereden en het was een gezellige rit waardoor het stuk over de stoffige weg voorbij was voor we het goed en wel in de gaten hadden.
Na Morondava werd de zandweg ingeruild voor verharde en best wel goede asfaltweg. De route voerde vanaf de westkust naar het binnenland. Langzaamaan zag je het landschap veranderen. We hadden nog een eindje af te leggen naar onze stop in Miandrivazo maar dankzij de goede wegconditie ging het voorspoedig. Damiante had er goed de vaart in zitten en voordat we het wisten waren we bij onze stop voor die nacht, een hotel met uitzicht over een vlakte met in de verte de Tsiribihina rivier. Na alle ‘ontberingen’ van stoffige wegen en lange reisdagen hebben we onszelf getrakteerd op een paar baantjes in het kleine zwembad en een overheerlijk koud biertje.

Volgende halte was Antsirabe, een stad in de hooglanden van Madagascar. Onderweg zag je het landschap en de mensen steeds meer veranderen. Waar het vanaf de kust tot een eind in het binnenland voornamelijk veehouders zijn, wordt het langzaamaan steeds meer landbouw. Ook de stijl van de huizen verandert drastisch. Aan de kust, lage houten of lemen huisjes en hoe verder je in het binnenland komt zie je steeds meer hoge huizen van baksteen. Heeft natuurlijk alles te maken met het weer, het kan door de hoogte koud worden. De stad zelf is bekend vanwege de vele pousse pousses, in goed Nederlands de riksja. Magere mennekes die vaak blootvoets, voor waarschijnlijk veel te weinig geld, rennend door de straten van de stad de passagiers in het karretje vooruit trekken. We hebben in de omgeving van Antsirabe een mooie wandeling rond een kratermeer, Lac Tritriva, gemaakt. Ook de souvenirjacht heeft hier een vervolg gekregen en de zebuhoorn is veilig opgeborgen in de koffer (sssssst!).

Donderdag vervolgden we onze route verder. Eerst een stuk via de RN7, de grote weg van Noord naar Zuid om daarna vanaf Tana via de RN2 naar het Oosten af te buigen. Langzaam lieten we hiermee ook weer de hoogte achter ons wat betekende dat er weer meer houten en lemen huisjes het beeld bepaalden. Een megagroot verschil met de westkust is echter dat het hier groen is. De slimmeriken onder ons weten wat dat betekent… Onderweg pikten we daar al het een en ander van mee en eenmaal in Andasibe, onze stek voor de komende twee nachten, was het eventjes droog. Helaas niet voor lang dus wij zagen letterlijk en figuurlijk de bui al hangen. Die avond zouden we namelijk een wandeling gaan maken om ook hier de nachtdieren te spotten. We hadden mazzel want toen we om half zes richting auto gingen was het droog.

Desalwelteplus waren we volledig toegerust voor de expeditie. Van boven naar beneden: koplamp, sneldrogende blouse/hemd, poncho aan de riem (just in case) van de ANWB afritsbroek en natuurlijk de sturdy hikingboots. Dit alles uiteraard in bij elkaar passende camouflagekleuren. Herman, onze gids voor de komende twee dagen stond al te wachten. Om eerst wat kameleons te kunnen spotten, gingen we naar de orchideeëntuin. Daar staat op dit moment niet zo heel veel in bloei maar was volgens hem de plek om ze te spotten. Hij kreeg, natuurlijk, gelijk. Goed en wel binnen zagen we de Parson’s chameleon, de grootste soort in dit park. Snel daarna gevolgd door een diertje ter grootte van je pink tot aan het tweede kootje, de nose-horned chameleon, een van de kleinste ter wereld. Oké, Herman weet waar hij moet kijken maar we verbazen ons er steeds weer over hoe die gasten het allemaal vinden. Dat was nog niet alles voor die avond want hier hebben ze weer een eigen soort mouse lemur, de Goodman’s, die we hebben gezien. Ook de wooly lemur, een boomkikkertje en nog een andere kameleon waarvan de naam is ontschoten.

Vrijdag gingen we naar het Andasibe NP, weer met Herman en toen we het park inliepen hoorden we ze al: Indri Indri. De grootste soort lemur die bekend staat om zijn gezang. Nou ja gezang, eigenlijk meer een soort van schreeuwen. Er leven verschillende families Indri in het park en ieder heeft haar eigen territorium. Om dit te herbevestigen laten ze zich een paar keer per dag luid en duidelijk horen. Het lijkt een estafette, want als de ene groep klaar is volgt de andere, net zo lang tot ze allemaal geweest zijn. En het gaat me een partij hard! Zoiets als de eerste maandag van de maand om 12.00u.

We begonnen de dag kleiner, een nose-horned chameleon maar nu in zijn ‘dag’ outfit, een stuk groener dan de avondkleding. Daarna een kikker ter grootte van de nagel van je duim maar toen was het toch echt tijd voor de Indri Indri. Wow, wat een mooie dieren. Wit met bruin/zwarte tekening over de benen en rug met een gitzwart gezicht. Waar elke lemur een lange staart heeft, heeft deze een kort staartje. Zijn sprong van de ene naar de andere boom is dan ook anders, veel meer rechtop. Bij de eerste kennismaking met deze mooie dieren waren er ook bruine lemuren iets verderop. Eenmaal daar aangekomen, begon het Indri stel wat we net hadden verlaten te zingen. Dat hadden we dus gemist nondeju! De bruine lemuren hier zijn overigens ook weer anders dan aan de andere kant van het eiland dus het was niet helemaal voor niks.

Na een paar rolletjes vol geschoten te hebben met de Indri gingen we op zoek naar de andere bijzondere lemur in dit park: de diademed sifaka. Niet heel veel later hadden we die ook te pakken. Ook weer een bijzonder mooi diertje, alleen jammer dat het op dat moment een beetje begon te miezeren. Ze zitten hoog in de bomen en als je dan een foto maakt, komt natuurlijk je lens vol met druppels. De eerste poging om de sifaka vast te leggen was dus niet echt gelukt. Gelukkig werd dat ruimschoots goed gemaakt toen op een gegeven moment de zon ging schijnen en we een andere groep vonden. What a beautiful day!

Herman was vastbesloten ons nog de zingende Indri van dichtbij te tonen dus heel vaak zei hij ons te wachten waarbij hij zelf diep het oerwoud in ging. Elke keer kwam hij terug, nee helaas ze zijn weg. We waren al op weg naar de uitgang toen in de verte het gezang werd aangeheven. Het stokje werd netjes doorgegeven en plots hoorden we links van ons, niet zo heel ver het geschreeuw. Als een speer door het dichte bos en struikgewas en daar zaten ze dan… Wat een lawaai maar hoe bijzonder. We hebben niet eens tijd gehad om de camera goed te richten maar alleen de geluidsopname is al fantastisch. Die houden jullie van ons tegoed wanneer we thuis zijn. Op zaterdag vervolgen we onze weg verder richting kust. Daarover lees je later weer.

Voor nu velòma et misaòtra! (houdoe en bedankt!)

Suzy en Andy