Vakanties Andy en Suzy

Ecuador 2015 2

Hola!

We zijn alweer toe aan deel twee van onze reisverslagen van Ecuador. We hebben ons nu voorgenomen om het op te knippen in vieren: deel een is geweest en betrof de jungle, deel twee ben je nu aan het begin en betreft de Andes, deel drie zal over de Galapagos gaan en deel vier de laatste dagen en alles wat in de andere verslagen is blijven liggen. Plus uiteraard de belevenissen van die laatste dagen…

Maar nu dus eerst de Andes. Na de jungle wat zo’ n beetje op zeeniveau ligt, ging het via de luchthaven van Quito naar Lasso, een plaatsje in de buurt van de Cotopaxi vulkaan. Dat betekende een stijging van een kleine 3000 meter. Overal lees je dat wanneer je naar Cotopaxi wil gaan, je eerst het beste kunt acclimatiseren in Quito. Dat deel hebben wij dus overgeslagen.
Onze accommodatie lag even buiten het park en het was al donker toen we er aankwamen. Het was eeen hacienda met een heel lange oprijlaan die werd geflankeerd door 150 jaar oude eucalyptusbomen. Drie keer raden hoe oud de hacienda zelf was… Volgens Andreas onze chauffeur/gids zouden de mensen raar opkijken wanneer wij binnen zouden wandelen. Wij waren immers nog in onze jungleoutfit met korte broek, slippers en t-shirts. Dat raar kijken viel gelukkig wel mee maar we zijn wel direct in iets geschiktere kledij gegleden. De temperatuur was namelijk ook ietsje lager dan wat we in de jungle gewend waren.
Toen we de volgende ochtend naar het ontbijt liepen en naar buiten keken zagen we een strakblauwe lucht met een stralende zon. Dat beloofde veel goeds want we zouden die dag naar Cotopaxi N.P. gaan. Andreus kwam ons ophalen en hij was helemaal in zijn element. Volgens hem waren dagen zoals deze op de vingers van één hand te tellen in dit gebied.

In de auto op weg naar het park werd ons snel duidelijk wat hij bedoelde. De Cotopaxi vulkaan lag te stralen in de zon. Prachtig gezicht, een bijna perfecte vorm en het bovenste deel bedekt met sneeuw. Met een hoogte van 5.897 meter is deze actieve vulkaan de op één na hoogste berg van Ecuador (volgens WikiAndy). We zouden in twee etappes naar boven gaan. Wanneer we dat niet zouden doen, zou de hoogte ons de das om kunnen doen. De eerste stop, op een groot aantal fotostops na, was bij een meer waar gek genoeg ook meeuwen rondvlogen. Deze meeuwen hebben zich aangepast aan de hoogte en overleven moeiteloos in dit gebied. Verder waren er razend irritante kleine vliegjes waar je overigens alleen last van had als je over het pad liep. We liepen dus maar een stuk van het pad, mede omdat we op zoek waren naar een plek om een foto te maken van de vulkaan gespiegeld in het meer. Ook die is gelukt!

Eenmaal daar een beetje gewend aan de hoogte, was het tijd om met de auto verder te gaan naar het volgende punt. Dat was een redelijk lange rit over een gravelweg met scherpe haarspeldbochten. Dat betekende dus dat we flink aan het stijgen waren. Dat was mede te voelen aan de toenemende druk in je hoofd en uiteraard aan je oren die helemaal dicht komen te zitten. We reden naar de noordzijde van de berg en, jammer maar helaas, er kwamen ook steeds meer wolken binnendrijven. Dat mocht de pret niet drukken overigens. Eerst de auto geparkeerd op 4.500 meter en toen moest er nog een dikke driehonderd meter geklommen worden om net onder de sneeuwgrens uit te komen. Suzy schatte al in dat deze expeditie voor haar geen succes zou worden en besloot bij de auto achter te blijven.
Samen met de gids dus vol goede moed naar boven. Het eerste deel was redelijk vlak en dat ging nog wel maar toen het ook maar een heel klein beetje ging stijgen, liep ik te hijgen als het bekende meulenpeerd. En ik dacht nog wel dat ik een goede conditie had… Maar het is dus de hoogte, de ijle lucht die er voor zorgt dat je in no-time buiten adem bent. Je hart gaat tekeer als een razende en je hebt om de zoveel meter weer tijd nodig om op adem te komen. We namen het geleidelijke pad omhoog waardoor we meer meters af moesten leggen maar waardoor echt steile stukken werden vermeden. Dat was maar goed ook want toen we even een stukje afsneden en een meter of vier steil omhoog klommen, was ik alweer compleet buiten adem.

Helaas bleef de échte beloning uit. Het was inmiddels flink bewolkt geworden en zelfs vanaf het punt op 4.800 meter kon je de sneeuw nauwelijks zien. Het was wel behoorlijk fris dus nu was die das die de hoogte ons om zou doen een welkom iets geweest, maar ja…
Wel de heerlijkste warme chocomel ever gedronken daar. Dat werd geserveerd door zo’n kleine Fernandes uit de Andes, anderhalve meter hoog, pezig en huid als gelooid leer. Die mennekes schijnen meerdere keren per dag de spullen voor in de refuge omhoog te brengen vanaf de parkeerplaats. Dan niet over het pussypad wat wij namen maar gewoon de directe, steile weg. En dan dus met 50 kilo weetikwat op je rug. Pfoeh… Naar beneden was een eitje. Toen namen we wel het steile pad en was het eigenlijk alleen maar zaak om overeind te blijven.

Vanaf de parkeerplaats weer langzaam afgedaald naar acceptabele hoogte (3000 meter) en in een andere hacienda dan de onze, een overheerlijk soepje gegeten. Vanaf de eettafel hadden we zicht op de vulkaan, de wolken waren weer wat weg, dat was dan toch nog de uitgestelde échte beloning!
Na het eten gingen we naar de binnenplaats van de hacienda en daar wachtte ons nog een leuke verrassing. Er was namelijk iemand met een mand wortelen en op een bepaald moment kwam er uit een hoek van het plein een kudde lama’s aangesneld. Groot, klein, wit, bruin maar allemaal met hetzelfde doel: een wortel. Die mochten wij aan ze voeren en dat was erg grappig om te doen. Je hebt constant in je hoofd, als ie maar niet gaat spugen. Maar blijkbaar doen ze dat alleen maar als je ze kwaad maakt. En ja, wij hadden eten dus dan maak je ze niet snel kwaad. Toen de wortels op waren, moesten we in de handen klappen en ging de hele kudde weer op een drafje naar de hoek waar ze vandaag waren gekomen en was het plein weer leeg.
Eenmaal terug in de accommodatie als een blok in slaap gevallen, wat een beetje berglucht al niet met een mens kan doen.

De volgende dag was het weer vroeg opstaan. We zouden naar Riobamba gaan met tussenstops op een markt in Pujili en bij het Qiulotoa kratermeer. Toen we de poort uitreden en naar rechts keken, naar waar we de dag ervoor de vulkaan zagen schitteren, zagen we nu enkel wolken. We hadden echt geluk gehad. De markt waar we heen gingen is een regionale groente- en fruitmarkt waar zo links en rechts ook nog een schaap verhandeld wordt. Fruit is een rekbaar begrip.
Wij gingen gewapend met foto- en videocamera de markt op. Al snel bleek dat de locals er niet zo dol op zijn als ze gefotografeerd worden. We hadden al zoiets gelezen maar nu zagen we het ook echt. Zij geloven dat als ze op de foto worden gezet, hun ziel daarin verdwijnt. Onzin natuurlijk, dan zouden wij met z’n allen zielloos rondlopen. Alhoewel onzin? Het was dus zaak om óf gruwelijk oude mensen, die het toch niet zien, óf mensen van een afstandje te fotograferen. Of allebei dan is succes gegarandeerd. Zo hebben we dus toch de nodige foto’s kunnen maken.
Op de mark werd naast fruit wat wij niet kennen heul veul maïs verkocht. Toch een van de hoofdingrediënten van een ecuadoriaanse maaltijd.
Na de markt was het nog een behoorlijke rit naar het kratermeer. Door een heel mooie omgeving, dat wel. Je ziet mensen werken op het land en vee drijven en ze vallen natuurlijk enorm op in hun kleurige kledij. Ineens een oranje stip midden in het grasland, daarvoor hoef je geen ervaren spotter te zijn. De mensen, vooral de kinderen, die op deze hoogte wonen hebben allemaal van die enorm rode wangen. Dat schijnt te komen door de zuurstofopname, of het gebrek daaraan. Vraag me niet naar het hoe of wat, dat weet WikiAndy dan weer niet.
Toen we bij het meer kwamen was het weer mooi zonnig. Het meer is twee kilometer breed, turkoois van kleur en ligt op bijna 4000 meter hoogte. Je kan ervoor kiezen om helemaal af te dalen naar het meer zelf maar het kost je minimaal een uur om daarna weer boven te komen. En dan hebben we het nog niet over de nodige moeite in verband met de ijle lucht. In plaats van helemaal af te dalen, zijn we tot ongeveer de helft gegaan. Dat was wel genoeg. Ik was toch niet van plan te gaan zwemmen.
Suus voelde zich niet helemaal 100% en heeft ondertussen op een bankje op ons gewacht. Ze had vandaag erg veel last van de hoogte wat zich uitte in hoofdpijn,miselijkheid en papbenen. Nadat er eerst een oud mannetje naast haar kwam zitten, volgde al snel zo’n klein vrouwke en een vlooienkind met knalrode wangetjes. Een kruising tussen het huilende zigeunerjongetje en Ciske de Rat, inclusief snottebel.
Na Quilotoa moesten we nog een uurtje of twee rijden voor we bij onze volgende stop Riobamba waren. Dit was een échte tussentop, we zouden daar overnachten en verder niks doen. OK, niet helemaal niks want we zijn naar een supermarkt geweest en hebben daar de, volgens Andreus, beste ecuadoriaanse chocolade gekocht. Hoewel pure chocolade zeg ik zelfs: jammie!
Er was nog wel iets opvallends wat ons werd verteld op weg naar Riobamba, waar we op zondag gingen overnachten. Dat was het verhaal dat het voor kroegen en restaurants verboden is om op zondag alcohol te verkopen aan Ecuadorianen. Staat in de wet, je mag op zondag niet drinken! Zijn natuurlijk wel honderd verschillende manieren te bedenken om je geliefde drankje tóch te nuttigen op die dag maar in feite ben je dan dus illegaal bezig. Dit is allemaal bedacht om de mensen fris aan het werk te hebben op maandag. Als toeristen hebben we geen last van die wet dus wij hebben het die avond maar op een zuipen gezet.

Vanaf Riobamba zijn we de volgende dag naar Cuenca gereden met een tussenstop bij Ingapirca. Dat is een site waar de grootste Inca nederzetting in Ecuador is blootgelegd. Het is werkelijk ongelooflijk om te zien hoe men in die tijd al zo geavanceerd kon bouwen. Perfecte ellipsen, de zon staat op 21 juni 12 uur ’s middags precies in het verlengde van de tempel en meer van dat soort eigenaardigheden. Ook zijn de stenen mooi gepolijst en geslepen en passen daardoor perfect op elkaar. Kan natuurlijk allemaal toeval zijn, ze gooiden wat stenen op elkaar in die tijd en wij maken het zo ingewikkeld, maar toch geloof ik daar niet in. Ook zie je hier goed hoe destijds een irrigatiesyteem werd aangelegd met terrassen en aquaducten. Uiteindelijk bleken het toch niet zo’n superslimme gasten want nadat ze eerst mekaar de tent uit hebben gevochten hoefden de Spanjaarden alleen nog maar het laatste zetje te geven.

Cuenca zou voor drie nachten ons thuis zijn. De stad is ook weer gelegen op 2.900 meter dus daar draaien we onze hand niet meer voor om. Cuenca heeft drie universiteiten en dat verklaart mede de positieve vibe die deze stad heeft. Een erg mooi authentiek centrum met smalle straatjes (niet handig voor al dat verkeer maar ja…) en ook weer veel kerken. De oorsprong van de stad ligt ook weer bij de Inca’s en er zijn ook wat Inca-ruïnes aan de rand van de stad maar die hebben we alleen van een afstandje gezien.
Toen we aan het einde va de middag aankwamen zijn we direct op verkenning gegaan. Helaas begon het na een klein uurtje wat te miezeren waardoor we weer snel terug waren in het hotel. De volgende dag hebben we de stad uitgebreid verkend. We zijn eerst, om een goed beeld van de stad te krijgen, op een hop-on-but-don’t-hop-off bus gestapt. Je ziet dan alles van het oude tot en met het nieuwe gedeelte. Een erg mooi stad. Na de bus hebben we de stad verder te voet afgestruind. We waren eerst op een overdekte markt waar ook weer van alles werd verkocht. De gebruikelijke groenten en fruit maar nu ook een heel vis- en vleesgedeelte. Is ook weer anders dan wij gewend zijn. Hier staan mensen nog echt op de markt het karkas van een koe uit te benen. Kiest u maar uit meneer!

Cuenca is tevens de bakermat van de Panama-hoed. Die vind je hier dan ook in overvloed, in alle kleuren en maten. Maar het is toch Panama-hoed, hoor ik al. Ja klöpt, maar dat is de fout van de media. Ten tijde van de bouw van het Panama-kanaal bezocht toenmalig president van de VS, Roosevelt, Panama. Ter bescherming tegen de zon droeg hij een hoed die veel werkers aan de bouw ook droegen. Die werkers waren afkomstig uit Ecuador en droegen die hoeden al jaren. Roosevelt werd met een dergelijke hoed gefotografeerd en toen een journalist aan hem vroeg, hoe die mooie hoed eigenlijk heette, antwoordde Roosevelt: Well I think Panamahat! En zodoende komen de misverstanden in de wereld… Dit was weer een bijdrage van WikiAndy (hopelijk goed onthouden van het verhaal tijdens de city-tour).

De dag erna voelde Suus zich nog steeds niet helemaal 100% dus de wandeling in Cajas NP ging niet door voor haar. Ik ging daarom alleen met de gids op pad in dit unieke landschap. Cajas is gelegen op ongeveer 4000 meter en bestaat uit met heel fijne vegetatie begroeide rotsen. Omdat rotsen de slechte eigenschap hebben geen water op te nemen zijn er ook heel veel meren en stroompjes. De vegetatie bestaat uit planten en bomen die in staat zijn om op deze hoogte en in deze omstandigheden te overleven.
Als je over de bodem loopt is het alsof je op een spons loopt en het is ondanks het vele water, bijna nergens modderig omdat er simpelweg bijna geen aarde is. Je ziet de grond onder je voeten indrukken en je hoort het zuigende geluid van water. Dan weer hoor je een waterstroom onder de grond lopen. Ook zijn er veel verschillende vogels. We hebben die ochtend een aantal kolibri’s, vinken en watervogels (vergeten welke) gezien. Kortom een heel mooi park waar we een wandeling van een kleine drie uur hebben gemaakt.

Donderdag ging de reis verder naar Guayaquil vanwaar we vrijdag het vliegtuig naar Galapagos gaan nemen. Guayaquil City kenden we tot nu toe alleen uit de goeie ouwe tijd eind jaren 80 van het album Puta’s Fever van Mano Negra, zoek maar eens op. Best wel relaxed nummer voor de drukte in grootste stad van Ecuador. Misschien moeten we toch maar eens naar de tekst gaan luisteren. Zoals gezegd een drukke stad maar het is maar voor een nachtje en het hotel ligt in een relatief rustige straat. Meteen na aankomst zijn we op zoek gegaan naar een restaurantje wat volgens Tripadvisor in de buurt ligt én lekkere ceviche op de kaart heeft staan. Het lag inderdaad in de buurt en de ceviche was niet lekker, nee die was heerlijk. We waren op dat moment de enige toeristen, verder was de tent afgeladen met (rijkere) locals. Naast de cebiche, zoals ze het hier schrijven, van krab hadden we een casserole mariscos besteld. Terwijl we daar lekker van zaten te smullen kwam de ober nog een gerecht brengen. Nee dat was niet voor ons, hadden we niet besteld. Maar nadat de eigenaar én zijn vrouw aan ons tafeltje waren geweest om in hun beste Engels te verzekeren dat dit een gerecht ‘on the house’ was en wel degelijk voor ons voelden we ons vereerd. We hebben alle drie de gerechten met heel veel plezier en smaak gegeten en werkelijk volop genoten van de lunch.

Nu is het zaak de rest van de dag een beetje stuk te slaan. Morgenochtend vliegen we rond half 11 naar de Galapagos voor het achtdaagse avontuur op zee. Daar hebben we al heel veel zin in. O ja, zag net de tussenstand van de EL-wedstrijd van Ajax tegen Legia, het is maar goed dat ik de anaconda niet langs de ArenA heb gestuurd zoals een zeker iemand in het gastenboek suggereerde….

Hasta la proxima y saludos!

Andy y Suzy

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: