Vrijdag 7 november was de dag waar Andy al heel lang naar uitkeek, het smeden van de messen. Vanuit de accommodatie waar we hadden overnacht was het slechts een minuut of twintig rijden. Als eerste weer over het bruggetje dat er bij daglicht nog minder angstaanjagend uitzag.

Aangekomen bij de smederij kennis gemaakt met Nobuya sensei, Jesse en Jimmy, de leerlingen uit Canada van sensei. Daarna kwamen er nog een Canadees en een Amerikaan maar zij deden allebei de zes daagse workshop waar je dus helemaal van nul begint en ook nog je eigen staal maakt.
Wij kregen een kant en klaar blokje, net zo makkelijk.
Na het bepalen welk mes we wilden gaan maken konden we beginnen. Het blokje moest groter gemaakt worden door het eerst te verhitten en dan met een grote hamer erop te rammen. Zo werd het stapje bij beetje steeds meer de vorm van de messen die we wilden.
Daarna werd het mes in wording op een stuk ijzer gelast zodat het makkelijk hanteerbaar zou zijn.


Nog meer meppen, zowel met de hamer in de hand als met een machine die het zware werk voor je deed. Uiteraard deed sensei of één van de leerlingen het fijne werk om te zorgen dat we straks ook echt een goed mes hebben.
Na de lunch kwam het schuren, de rechte stukken moeten écht recht worden en de hoeken die erin zitten ook.
Sensei heeft in het mes van Suus in het Kanji Suzy en ‘One love’ gegraveerd en in die van Andy naast z’n naam ‘One life’.
Sluitstuk was het hard maken van het mes. Het vuur werd opgestookt, je mes in de hete kolen en tot 800 graden verhitten. Dan in één beweging in een bak met water, draaien en wachten tot de luchtbelletjes verdwenen en dan direct uit het water. Dat luisterde heel erg nauw en duurde niet veel langer dan een paar seconden. Finishing touch, nog een keer verhitten maar nu slechts tot 200 graden en weer het water in.
Nu worden de messen verder afgemaakt en dan naar ons verstuurd. We zien het uiteindelijke resultaat dus pas over een paar weken.
We moesten nog anderhalf uur rijden voor onze volgende overnachting, naar Yusuhara een heel erg mooi dorpje.
Zaterdag, alweer meer dan een week in Japan. De tijd vliegt. We zien heel veel, maken veel mee en genieten volop. Shikoku is echt een verschil met onze reis van vorig jaar. Toen we vanochtend bijvoorbeeld bij Ozu Castle waren, kwamen we twee westerse toeristen tegen en dan groet je elkaar. Deden we vorig jaar in Kyoto niet.
Maar beginnen bij waar we gisteren geëindigd zijn, in Yusuhara. Daar zijn we na een heerlijk ontbijt eerst nog door het stadje gaan wandelen. Onder andere het stadskantoor en de bibliotheek bezocht. Deze zijn, net als het hotel waar we sliepen ontworpen door de architect Kengo Kuma.


Hartstikke mooi en het bezoek meer dan waard. Omdat het een kleine plaats is alles te voet gedaan om daarna in de auto te stappen voor een relatief kort ritje naar Ozu wat tot het Japanse Oss hebben gedoopt.
Hier een heel erg mooi historisch gedeelte met kleine straatjes waar je terug in de tijd wordt geworpen. Na rondzwerven door de straatjes ook nog het kasteel bezocht. Niet naar binnen deze keer omdat dit meestal niet zo heel erg interessant is.


Na Ozu een heel korte rit naar Uchiko. Dit was vroeger de stad van de kaarsenmakerij. Er was een winkel/werkplaats waarvan de eigenaar, een jonge gast nog, de zevende generatie was. Hij liet ons het proces van kaarsen maken zien en waar we mooie, handgemaakte kaarsen hebben gekocht.
Nog verder door de smalle, sfeervolle straten en we eindigden bij een tempel met liggende boeddha. Niet geheel toevallig want onze auto stond daar om het hoekje.


Toen het laatste deel van de autorit van vandaag, naar Matsuyama. Daar moesten we naar de parkeerplaats van een FamilyMart rijden, daar zou iemand van de accommodatie op ons wachten, maar dit ging dankzij de navigatie fout. Gelukkig niet heel ver uit de richting dus we hadden haar snel gevonden. Zij bracht ons naar ons luxueuze plekje voor de komende twee nachten aan de rand van Dogo Onsen. Een klein paradijs!
Zondag in Matsuyama begon na het konbini ontbijt met een rondleiding door Kim, een lokale gids. Eerste stop was het distributiepunt van het water voor alle heetwater baden in de Dogo Onsen regio. Het diepste punt waar het water vandaan komt ligt op 871 meter. Dat het water écht warm, zo niet heet is, hebben we gisteren al ervaren in onze privé onsen in de kamer.
Daarna naar Dogo Onsengai, het oudste badhuis hier. We hebben daar de keizerlijke vertrekken en de derde verdieping met de privé kamers bezocht. De keizer is niet echt een reguliere gast, ik meen me te herinneren dat hij voor het laatst ergens in de jaren 80 is geweest.


Hierna lieten we het drukke gedeelte achter ons en bezochten we een tweetal tempels en een shrine. Ishite-ji tempel is nummer 51 van de 88 die door de pelgrims op Shikoku worden bezocht. Kim is ook bezig met deze route en daarom kleedde hij zich om in de traditionele pelgrim kleding. Een wit vest met een tekst van Kobo Daishi en een paarse sjerp. Na het aansteken van ieder drie wierrook staafjes (voor het verleden, heden en toekomst) heeft Kim nog een mantra gebeden. Komt helemaal goed met ons.
Na de tour gingen we met de tram naar het centrum van Matsuyama voor de Okaido winkelstraat en het kasteel. Omdat we eerst wilden lunchen kozen we ervoor om eerst de winkelstraat te doen. En man o man, was dat een goede keuze!
Terug naar de vakantie van vorig jaar. Op één van de eerste dagen kochten we bij een winkel in Tokyo yuzu snoepjes. Die waren zó verdomd lekker dat we rest van de vakantie hebben gezocht naar deze snoepjes. Zonder resultaat. Nu lopen we dus die overdekte straat in waar wat kraampjes staan met groenten, fruit én die snoepjes! We hebben gelijk drie zakjes gekocht en eigenlijk wilde greedy Andy er nog meer kopen.
Na een wederom heerlijke lunch nog naar het kasteel. Je kon naar boven lopen, met een gondel of een stoeltjeslift. Wij kozen voor het laatste. Het kasteel ook weer alleen van buiten bekeken. Moe na een lange dag terug naar de accommodatie waar we een uurtje hadden om bij te komen omdat we een reservering hadden bij een restaurant, letterlijk aan de overkant van de straat. Heerlijk gegeten, interpretaties van de chef van de Ehime keuken.
Een lange maar heerlijke dag!
Maandag, de laatste etappe op Shikoku, van Matsuyama naar Takamatsu. Het eiland heeft de verwachting meer dan waargemaakt. Het enige waar we meer van hadden gehoopt te zien zijn de herfstkleuren. In Iya Valley was het nog het meest uitbundig maar dankzij de lange en warme zomer, zelfs tot diep in de herfst, worden de gekleurde blaadjes pas in december verwacht.
Onze eerste stop vandaag was bij Imabari-Jô castle. Een heel mooi kasteel, gelegen aan de zee waarvan de slotgracht zich vult met zeewater. Het is een van de slechts drie kastelen in Japan die de zee gebruiken om een gracht te vullen.

De tweede stop van de dag was bij Zenigata Sunae, een kunstwerk van zand in de vorm van een munt uit de Edo periode. Het is 122 meter breed en 90 meter lang, met een omtrek van 345 meter, en het is alleen goed te zien vanaf het uitkijkpunt. Volgens een legende leidt het zien van de munt tot een lang en gezond leven zonder geldproblemen.
Hierna op weg naar Takamatsu voor de laatste stop en het inleveren van de auto. In Takamatsu is een bijzonder mooie tuin, Ritsurin Garden. In de 18e eeuw is begonnen met de aanleg van de tuin, zeg maar gerust park met z’n 75 hectare.
Na deze tuin naar het hotel om de koffers te dumpen. Paar keer een afslag gemist maar uiteindelijk toch het hotel bereikt. Er was een taxi standplaats voor het hotel met nog een plekje vrij, dat is de onze! Even geen rekening gehouden met de hoge stoeprand… Linksvoor was de bumper aan de onderkant niet wit meer maar metaalkleur. Shit.
De koffers in het hotel gezet en op naar de autoverhuur. Nog even volgooien en naar het kantoor. Daar hebben ze niet eens naar de auto gekeken en nadat we de toltarieven hadden afgerekend konden we alweer gaan. We gaan zien of het hierbij blijft.
Dinsdag, de elfde van de elfde betekende voor ons de oversteek naar Naoshima, het kunsteiland. Een snelle veerboot vanaf de haven van Takamatsu bracht ons in een half uur deze kant op. Het is vooral bekend van de rode en gele pompoen maar er is kunst echt over het hele eiland verspreid.
We hadden vooraf al de nodige tickets gekocht omdat niet alles zo maar toegankelijk is, sommige plekken werken met een tijdslot. Één van de plekken waarvoor dit gold was Art house project Minimadera.
In dit project nemen kunstenaars lege huizen verspreid over woonwijken en veranderen de ruimtes zelf in kunstwerken. Hierbij verweven ze geschiedenis en herinneringen aan de periode waarin de gebouwen werden bewoond en gebruikt in hun kunst.
Het specifieke kunstwerk wat we bezochten was in een groot huis waar de bezoekers eerst instructies kregen, alles wat maar een beetje licht geeft moest uit. Dan werd de groep van 16 personen opgedeeld in tweeën om na de ingang links- danwel rechtsaf te gaan. Dat moest door met je hand op de muur deze te volgen want na één stap binnen was het aardedonker. Na vier bochten was er dan een bankje waar je op moest gaan zitten.
Het was dus echt pikdonker binnen en dan hoorde je plots een stem die je, eerst in het Japans en daarna in het Engels zei dat je rustig moest blijven zitten en voor je uit kijken.
Langzaam zie je dan een groot vlak lichter worden.
De stem komt dan weer en die vertelt dat dit licht er de hele tijd was, dat er dus niet meer licht is aangedaan maar dat je eigen ogen dit hebben gedaan. Dan mag je rondlopen in de ruimte en zie je alleen maar schimmen van anderen. Heel bijzonder om mee te maken en direct al één van de hoogtepunten van deze dag.
Een andere supermooie plek was de valley gallery van Benesse house waar op verschillende plekken, buiten en binnen, glimmende roestvrijstalen ballen lagen. Dat creëerde een heel mooi, apart beeld.
Verder hebben we nog zo’n zes andere plekken bezocht en volop genoten van de kunst. Het ene spreekt je daarbij meer aan dan het andere maar al met al was het weer een topdag.
Voor het vervoer van vandaag hadden we ons ook helemaal aangepast. Waar de meesten een (electrische) fiets huren om het eiland te verkennen, hadden wij gekozen voor het Japanse blokje Naoshima Style: geel met zwarte stippen zoals de bekende pompoen. Zo’n 40 kilometer over de wegen gecrosst want groter is het hier niet maar heel comfortabel want bergachtig is het dus wel.




Na een dag laten we het kunsteiland weer achter ons. Met de ferry naar het grootste eiland van Japan, Honshu. Vanuit de haven van Miyanoura voeren we in 20 minuten naar Uno.
Onvoorstelbaar, de ferry komt aan en er moeten heel veel passagiers en nog meer voertuigen van de boot af. Vervolgens moeten er ook weer, minder weliswaar, vooral vrachtwagens op waarbij je denkt dat gaat wel even duren. En toch, om 8:52 stipt komt ie in beweging en zijn we op weg naar Uno.
Vanaf Uno was het een dikke 40 minuten treinen naar het station van Okayama. De tassen daar in lockers gestopt en met de taxi naar Korakuen garden en Okayama castle.
Het eerste is een werkelijk prachtige tuin midden in de stad. Deze tuin wordt beschouwd als één van de drie mooiste van Japan en bestaat al zo’n 300 jaar. Het is alsof je hier een stap terug in de tijd zet. Zoals je bent gewend in Japan is het zeer nauwgezet onderhouden.



Naast de tuin ligt het zwarte kasteel wat je vanaf verschillende punten al kunt zien. Het torent hoog boven de tuin uit en het maakt een perfect plaatje. Na een korte wandeling over een brug kom je bij de voet en na wat klimwerk op de grote binnenplaats.
Na gedane arbeid was het tijd voor een bord heerlijke gebakken rijst met tonkatsu en een even lekkere kom met noodles. Zo waren we klaar voor de laatste etappe naar onze overnachtingsplaats voor de komende twee nachten, Kurashiki.
Ook weer zo’n plek waar je je in een andere tijd waant. Smalle straten met witte huizen, donkere houten façades en natuurlijk de riksja. Vandaag een klein stukje van al dit moois al gezien. Morgen hebben we een hele dag gepland om het verder te ontdekken.
Om de dag af te sluiten hadden we een reservering bij Yoruya. Heerlijk eten met een sake pairing, het vakantieleven bevalt ons uitstekend!
Blijft lastig, je hebt het bijna driekwart jaar Kurashíki genoemd, blijkt het hier ineens Kuráshki te heten. Die Japanners ook met hun rare tekens en uitspraak.
Maar anyways, hoe je het ook uitspreekt, het is hier echt prachtig. We waren, zoals bijna elke dag, ook nu weer vroeg wakker en besloten om het beproefde recept te volgen. De stad in om voor de komst van de meeste mensen foto’s te maken. Scheelt weer een bos of drie aan AI rekenkracht, je hoeft dan geen mensen weg te shoppen. Het was nog erg rustig op straat, op een paar lokale vroege vogels na. Foto’s maken en daarna meteen door naar Family Mart voor een ontbijt.
Waar we de mensen niet hoeven weg te shoppen, hebben we dat hier zelf wel gedaan. Kurashiki denim verwijst naar de hoogwaardige denimproducten van Kurashiki, Okayama, de geboorteplaats van Japanse jeans. Je struikelt hier zowat over de winkels met denim. Kwalitatief en qua design is het top. Suus heeft, naast allerhande kleine spullekes, uiteindelijk een kimono t-shirt en een jeans kimonoblouse van een Japanse designer gekocht. Andy heeft zich ook niet onbetuigd gelaten en een flesje lokale sake gekocht. Deze hadden we gisteravond bij het eten en was gruwelijk lekker (net als alle andere maar als je ze allemaal gaat kopen lijkt het of je een drankprobleem hebt).


