Vakanties Andy en Suzy

2025 Japan

Waar we vorig jaar zijn geëindigd, beginnen we de vakantie nu, in Osaka dus. De vlucht vanaf Abu Dhabi verliep voorspoedig. Iets later vertrokken maar dat is bijna ingehaald op de route. Na alle plichtplegingen om Japan binnen te mogen en het ophalen van de WiFi dongle konden we met de trein naar Namba.
Dat is een wijk in Osaka die grenst aan de uitgaanswijk Dotonbori.
Het regent de hele dag al flink. Dus het komt zo langzamerhand niet meer alleen uit de lucht maar de plassen op de grond zijn ook al behoorlijk waardoor het dubbel uitkijken is.
Ondanks het weer was het gruwelijk druk in de stad. Net als wij trotseerden heul veul mensen het slechte weer.
Suus had om half zes een nek- en schoudermassage in het hotel dus voor de één de massage en voor de ander een moment om de oogjes heel even dicht te doen.
Daarna weer de stad in. Vanwege de regen zijn we meteen ondergronds gegaan. Zoals heel vaak in Japan is er rondom stations een wereld aan winkels en restaurants als je even met de roltrap naar beneden gaat.

What a difference a day makes! Zaterdag was het aan het begin van de dag nog bewolkt maar daarna trok het open. Lekker in het zonnetje het eerste tempelcomplex van deze dag bezocht. Shitennoji is één van de oudste tempels van het land en staat er al sinds 593. De pagode telt vijf verdiepingen en is het stralende middelpunt van een eeuwenoud complex wat nu is omgeven door (redelijk) moderne gebouwen. Er was ook een dienst aan de gang waar de chants van de boeddhistische priester door de ruimte galmden.


Op de weg er naartoe kwamen we langs een klein winkeltje waar de eerste schaaltjes van de vakantie zijn gekocht.
Na deze eerste tempel hadden we de smaak te pakken, van de schaaltjes trouwens ook maar daarover later meer, dus met de metro op naar Namba Yasaka Jinja. Misschien wel de bekendste tempel van Osaka vanwege de vorm van het hoofdgebouw: de leeuwenkop. Dit is een relatief kleine tempel met dat gebouw als hoogtepunt.
Rustig aan teruggelopen richting het epicentrum van Namba (het station) en na een welverdiende lunch door naar dé winkelstraat voor kookspullen.
Hier komen de schaaltjes dus weer terug. Net als stokjesonderleggerdingetjes, een nepmandarijn, sojasausgietertje en zo mis ik denk ik nog het een of ander.
Na wat sushi en takoyaki onszelf nog getrakteerd op een lekker biertje van Dotonbori brewery en eenmaal in het hotel bleek de stappenteller ontploft. Een aardig volle dag waarop we bijna twaalf uur onderweg zijn geweest.

Zondag ging om 10 voor half 7 de wekker, lang leve de vakantie! Bijkomend probleem was dat we allebei heel slecht hadden geslapen. Op de een of andere manier was de jetlag sterker dan de drukke dag van gisteren.
Een trip naar Koyasan stond er op de planning. Dit een heilige berg en een boeddhistisch kloostercomplex, gesticht door  Kukai (Kobo Daishi) in 816. Het is het hoofdkwartier van het Shingon-boeddhisme. Deze wijsheid komt van internet maar we kunnen jullie er zoveel meer over vertellen
We hadden namelijk een gids, Noriko, die ons de hele dag heeft gevoed met alles wat er te weten valt over het esoterisch boeddhisme. Het was een prachtige en leerzame dag waarop we volledig zijn ondergedompeld in de verhalen over Kobo Daishi.
Een vriendin van Noriko leek ontzettend veel op Suus en die hebben we later op de dag ook ontmoet daar.
Aangezien de treinrit zo’n kleine anderhalf uur duurde hebben we Noriko wat eerder gedag gezegd dan dat ze zelf wilde. Uiteindelijk maar goed ook want we werden ook nog eens uit de trein getyft! Bleek dat het kaartje wat vooraf via internet was gekocht alleen de heenreis in de limited express voorzag. Het Japanse treinsysteem is ontzettend goed, alleen de prijsstructuur is af en toe een raadsel. Omdat de trein later vol zou komen te zitten moesten we op het eerste station uitstappen om verder te gaan in de express naar Namba. Die deed er nog zo’n twintig minuten langer over.
Daarna lekker sushi van de lopende band gegeten en net als gisteren, een biertje om af te sluiten.

Ook op maandag weer vroeg uit de veren om met de bus van Osaka naar Tokushima te gaan. Niet zo achterlijk vroeg als de vorige dagen maar sommigen zouden zeggen, ge hèt toch ok vakantie.
Met de taxi naar het busstation van Namba en vanaf daar de highway express bus naar Tokushima. Lekker comfortabele bus die ons in een dikke twee uur naar de plek van bestemming bracht.
We waren rond twaalven bij het hotel en dat was te vroeg om in te checken. In de Wanderlog app stonden twee dingen bovenaan om te doen vandaag, een tour bij een soja brouwerij en bij een sake brouwerij die er praktisch naast lag. Wel een beetje uit de richting met een half uur rijden. Vol goede moed op zoek naar een taxi die ons die kant op wilde brengen.
Maar dan blijkt het ineens toch wat lastiger om iets uit te leggen dan in de grote steden. De eerste taxichauffeur heeft een tijdje zonder succes naar het adres zitten staren. Lost in translation.
Bij het tonen van het adres op de telefoon waarschuwde Google ons dat het vandaag cultuurdag is waardoor ze misschien wel dicht zouden zijn. Terug naar de receptie van het hotel om hen te laten bellen. Ja hoor, ze waren open.
Gewapend met een geprint adres naar de taxi’s en de eerste zei gewoon kneiterhard dat ie ons niet weg bracht. Uiteindelijk vonden we er één die het hele stuk wel wilde rijden.
Ter plekke bleek dat ze wel open waren maar voor een rondleiding moest je vooraf een afspraak maken.
Bij de soja mevrouw hebben we een pak mini flesjes gekocht en bij de sake na een uitgebreide proeverij, dat deden ze gelukkig wel, twee flessen.

Vandaag de eerste dag dat we de huurauto tot onze beschikking hebben, unne mooie witte Toyota Corolla.
Het is even wennen, stoplicht aan de andere kant van de kruising, links rijden en sommige borden die je niet kunt lezen. De verkeersborden met plaatsen zijn gelukkig wel altijd leesbaar. Ook een dingetje…de ruitenwisser zit links van het stuur en de richtingaanwijzer rechts.
Vanuit Tokushima gingen we op weg naar Iya Valley en een flink aantal stops bij bezienswaardigheden waren thuis al verkend en voorbereid.
De eerste stop was bij Udatsu Townscape, een stukje historie in de stad Wakimachi. Adres in de navigatie en gaan! Ja dat had je gedacht. De navigatie van de auto stuurde ons naar een heel andere plek. Zeer waarschijnlijk omdat we het verkeerde adres hadden gebruikt maar toch geven we de schuld aan Bepke.
Dan maar via Google maps en die bracht ons naar de juiste plek. Maar ja, dan een parkeerplaats vinden. Ook dat wist Google: Botanical Parking lot een klein stukje verder. Wij erheen gereden maar niks gevonden. Nog eens terug… Zou het? Ja dat was het, een grasveldje met kuilen ter grootte van anderhalve auto. Nou dat wordt ‘m niet.
Toen Andy uitstapte om te kijken of er misschien ergens anders een plekje was, sprak hij een oude man aan die voorbij kwam.
Met hulp van de vertaalapp ontstond er een goed gesprek. De man stond eerst aanwijzingen te geven, rechtdoor, linksaf, je kent het wel, tot hij zei, ik laat het je wel zien.
Dus wij achter hem aan en verrek, door het bekende straatje en de hoek om naar een parkeerplaats. Daar kan geen technologie tegen op!
Het straatje zelf was erg mooi. Daar was het alsof de tijd had stil gestaan. Wakimachi was in het Edo tijdperk een centrum voor het verven van indigo en de thuisbasis van veel rijke handelaren. Er zijn prachtige huizen met klassieke pannendaken.


Na deze stop hadden we de smaak te pakken. Mount Tsurugi via een route door de bergen. Bepke lieten we links liggen want die wilde ons helemaal via Tokyo laten rijden dus Google werd onze metgezel. Het eerste stuk was prima te doen maar al snel werd de weg smaller. Bij elke bocht stond gelukkig wel een spiegel waarmee je nog enig zicht had op wat eraan zat te komen maar een tegenligger betekende ook vaak dat één van de twee achteruit moest om ruimte te maken.
Dit alles zorgde ervoor dat we de geplande stops over moesten slaan op de scarecrow village na want daar reden we letterlijk doorheen. Honderden vogelverschrikkers die bijna levend lijken, zijn overal in het dorp te vinden, op de velden en langs de weg, zelfs in schoollokalen en bushaltes.
Na een korte stop hier verder naar onze accommodatie voor twee nachten. De eigenaar stond ons al op te wachten en we waren net op tijd om onder het genot van een lekker drankje te genieten van de zonsondergang die we niet zagen door de bewolking.

Deze accommodatie, Kajiya Iya Romantei is een bijzondere plaats die een stukje bergop ligt en daarmee uitkijkt over het kleine dorp beneden. Het meest bijzondere echter is de gastheer, Shino san, die ons gisteren bij aankomst wist te verwelkomen met de Nederlandse vlag naast die van Japan.
Het is een smederij van oorsprong maar Shino san heeft er een gastenverblijf van gemaakt. En zeer succesvol want als je de agenda bekijkt zit hij elke dag vol.
De vlag bij ontvangst was nog maar het begin want toen we gingen eten kregen we eerst een 34 jaar oude sake. Maar we mochten niet drinken voordat we, met de rechterhand op het hart en proostend met de sake in de linker het Wilhelmus hadden beluisterd. Kampai!
Dat ritueel herhaalde zich daarna nog eens met, speciaal voor Suus, het volkslied van Indonesië met een andere sake.
Hij heeft namelijk een enorme sake-collectie en ‘sake-shrine ‘. Hij heeft een hele kamer gewijd aan meer dan 200 flessen sake uit elke prefectuur in Japan. En het beste van alles is, zolang je hem een fles brengt als donatie aan zijn collectie, kun je in ruil daarvoor de hele avond zoveel proeven als je wilt. Hupsaké!
Na een lekker ontbijt gingen we eerst naar één van de dingen die we gisteren hadden gemist door het tijdsgebrek, Oku-Iya double vine bridge. Volgens de legende werden de bruggen ongeveer 800 jaar geleden gebouwd door leden van de verslagen Heike-clan (Taira-clan) om toegang te krijgen tot hun paardrijterrein op Mt. Tsurugi. Het ontwerp met wijnstokken maakte het mogelijk om ze gemakkelijk te kappen in geval van achtervolging door de Genji-clan (dank je Google AI).


Next stop was de Oboke Gorge. Met een bootje over een rivier door een kloof. Heel erg mooi, allemaal met live commentaar van de Japanse Jeroen Grueter (je weet wel, hij praat alsof ie aan het poepen is).
Voor de nodige verlichting sloten we deze dag af met een bezoek aan een tempel. Daarvoor moesten we eerst met de kabelbaan naar boven. Heel mooi tempelcomplex met ook nog een steile trap met 233 treden.
De dag afgesloten met wederom heerlijk eten bij Shino san (met natuurlijk een glaasje of wat sake).

Donderdag, tijd om afscheid te nemen van Iya Valley en natuurlijk ook van Shino san. Dat laatste ging weer gepaard met rituelen. Andy mocht de Nederlandse vlag strijken (natuurlijk onder het spelen van het Wilhelmus) en daarna nog een foto van ons samen met de Nederlandse en de Indonesische vlag. Dit is een plek die je je voor altijd blijft herinneren.
De weg naar Kochi voerde eerst nog een stuk door de bergen en daarna over de tolweg. Rond 11 uur waren we bij Godaisan park. Een park bovenop een berg aan de rand van de stad met een tempelcomplex. Het verschil in temperatuur tussen de Iya Valley en Kochi is behoorlijk. We kwamen van een graad of 15 naar zo’n 23. T-shirt weather dus! 
Na heerlijk rustig rondgekeken te hebben bij de tempel weer de auto in naar Kochi Castle. Dit is één van de twaalf kastelen die door de jaren heen gevrijwaard zijn gebleven van brand en verwoesting op andere manieren.
De steile trappen op naar de bovenste verdieping om te genieten van het uitzicht over de stad.


Bij het kasteel om de hoek zat Hirome market, een foodhall met verschillende restaurants en een centraal plein met tafels. Daar hebben we de lokale specialiteit van Kochi gegeten, de seared bonito.
Gebakken bonito, hier bekend als katsuo no tataki, is een populair gerecht dat wordt bereid door de vis snel boven een strovuur te grillen, wat resulteert in een knapperige, rokerige buitenkant. De binnenkant blijft rauw.
Op de markt ook de boodschappen gedaan voor het avondeten van vandaag, ontbijt en lunch van morgen en toen door naar onze overnachtingsplaats een klein half uur buiten Shimanto stad.
Was toch nog zo’n twee uur rijden en we waren door de eigenaar gewaarschuwd dat wanneer het donker is, de accommodatie lastiger bereikbaar zou zijn. Dat viel gelukkig mee maar het was stikdonker toen we aankwamen. Het lastige waar hij het over had is tegelijkertijd een bezienswaardigheid van Shikoku, chinkabashi.
Dit zijn bruggen die zonder zijrail zijn ontworpen om het risico te verkleinen dat de brug tijdens overstromingen wordt weggespoeld. Dus enkel een baan over het water, met ongeveer een halve meter speling aan weerszijden van de auto.
We hebben het gehaald en zitten nu in een prachtig traditioneel huis met tatami vloeren, washi papieren panelen, japanser dan dit krijg je het bijna niet.

Vrijdag 7 november was de dag waar Andy al heel lang naar uitkeek, het smeden van de messen. Vanuit de accommodatie waar we hadden overnacht was het slechts een minuut of twintig rijden. Als eerste weer over het bruggetje dat er bij daglicht nog minder angstaanjagend uitzag.

Submersible bridge


Aangekomen bij de smederij kennis gemaakt met Nobuya sensei, Jesse en Jimmy, de leerlingen uit Canada van sensei. Daarna kwamen er nog een Canadees en een Amerikaan maar zij deden allebei de zes daagse workshop waar je dus helemaal van nul begint en ook nog je eigen staal maakt.
Wij kregen een kant en klaar blokje, net zo makkelijk.
Na het bepalen welk mes we wilden gaan maken konden we beginnen. Het blokje moest groter gemaakt worden door het eerst te verhitten en dan met een grote hamer erop te rammen. Zo werd het stapje bij beetje steeds meer de vorm van de messen die we wilden.
Daarna werd het mes in wording op een stuk ijzer gelast zodat het makkelijk hanteerbaar zou zijn.


Nog meer meppen, zowel met de hamer in de hand als met een machine die het zware werk voor je deed. Uiteraard deed sensei of één van de leerlingen het fijne werk om te zorgen dat we straks ook echt een goed mes hebben.
Na de lunch kwam het schuren, de rechte stukken moeten écht recht worden en de hoeken die erin zitten ook.
Sensei heeft in het mes van Suus in het Kanji Suzy en ‘One love’ gegraveerd en in die van Andy naast z’n naam ‘One life’.
Sluitstuk was het hard maken van het mes. Het vuur werd opgestookt, je mes in de hete kolen en tot 800 graden verhitten. Dan in één beweging in een bak met water, draaien en wachten tot de luchtbelletjes verdwenen en dan direct uit het water. Dat luisterde heel erg nauw en duurde niet veel langer dan een paar seconden. Finishing touch, nog een keer verhitten maar nu slechts tot 200 graden en weer het water in.
Nu worden de messen verder afgemaakt en dan naar ons verstuurd. We zien het uiteindelijke resultaat dus pas over een paar weken.
We moesten nog anderhalf uur rijden voor onze volgende overnachting, naar Yusuhara een heel erg mooi dorpje.

Zaterdag, alweer meer dan een week in Japan. De tijd vliegt. We zien heel veel, maken veel mee en genieten volop. Shikoku is echt een verschil met onze reis van vorig jaar. Toen we vanochtend bijvoorbeeld bij Ozu Castle waren, kwamen we twee westerse toeristen tegen en dan groet je elkaar. Deden we vorig jaar in Kyoto niet.
Maar beginnen bij waar we gisteren geëindigd zijn, in Yusuhara. Daar zijn we na een heerlijk ontbijt eerst nog door het stadje gaan wandelen. Onder andere het stadskantoor en de bibliotheek bezocht. Deze zijn, net als het hotel waar we sliepen ontworpen door de architect Kengo Kuma.

Hartstikke mooi en het bezoek meer dan waard. Omdat het een kleine plaats is alles te voet gedaan om daarna in de auto te stappen voor een relatief kort ritje naar Ozu wat tot het Japanse Oss hebben gedoopt.
Hier een heel erg mooi historisch gedeelte met kleine straatjes waar je terug in de tijd wordt geworpen. Na rondzwerven door de straatjes ook nog het kasteel bezocht. Niet naar binnen deze keer omdat dit meestal niet zo heel erg interessant is.


Na Ozu een heel korte rit naar Uchiko. Dit was vroeger de stad van de kaarsenmakerij. Er was een winkel/werkplaats waarvan de eigenaar, een jonge gast nog, de zevende generatie was. Hij liet ons het proces van kaarsen maken zien en waar we mooie, handgemaakte kaarsen hebben gekocht.
Nog verder door de smalle, sfeervolle straten en we eindigden bij een tempel met liggende boeddha. Niet geheel toevallig want onze auto stond daar om het hoekje.


Toen het laatste deel van de autorit van vandaag, naar Matsuyama. Daar moesten we naar de parkeerplaats van een FamilyMart rijden, daar zou iemand van de accommodatie op ons wachten, maar dit ging dankzij de navigatie fout. Gelukkig niet heel ver uit de richting dus we hadden haar snel gevonden. Zij bracht ons naar ons luxueuze plekje voor de komende twee nachten aan de rand van Dogo Onsen. Een klein paradijs!

Zondag in Matsuyama begon na het konbini ontbijt met een rondleiding door Kim, een lokale gids. Eerste stop was het distributiepunt van het water voor alle heetwater baden in de Dogo Onsen regio. Het diepste punt waar het water vandaan komt ligt op 871 meter. Dat het water écht warm, zo niet heet is, hebben we gisteren al ervaren in onze privé onsen in de kamer.
Daarna naar Dogo Onsengai, het oudste badhuis hier. We hebben daar de keizerlijke vertrekken en de derde verdieping met de privé kamers bezocht. De keizer is niet echt een reguliere gast, ik meen me te herinneren dat hij voor het laatst ergens in de jaren 80 is geweest.


Hierna lieten we het drukke gedeelte achter ons en bezochten we een tweetal tempels en een shrine. Ishite-ji tempel is nummer 51 van de 88 die door de pelgrims op Shikoku worden bezocht. Kim is ook bezig met deze route en daarom kleedde hij zich om in de traditionele pelgrim kleding. Een wit vest met een tekst van Kobo Daishi en een paarse sjerp. Na het aansteken van ieder drie wierrook staafjes (voor het verleden, heden en toekomst) heeft Kim nog een mantra gebeden. Komt helemaal goed met ons.
Na de tour gingen we met de tram naar het centrum van Matsuyama voor de Okaido winkelstraat en het kasteel. Omdat we eerst wilden lunchen kozen we ervoor om eerst de winkelstraat te doen. En man o man, was dat een goede keuze!
Terug naar de vakantie van vorig jaar. Op één van de eerste dagen kochten we bij een winkel in Tokyo yuzu snoepjes. Die waren zó verdomd lekker dat we rest van de vakantie hebben gezocht naar deze snoepjes. Zonder resultaat. Nu lopen we dus die overdekte straat in waar wat kraampjes staan met groenten, fruit én die snoepjes! We hebben gelijk drie zakjes gekocht en eigenlijk wilde greedy Andy er nog meer kopen.
Na een wederom heerlijke lunch nog naar het kasteel. Je kon naar boven lopen, met een gondel of een stoeltjeslift. Wij kozen voor het laatste. Het kasteel ook weer alleen van buiten bekeken. Moe na een lange dag terug naar de accommodatie waar we een uurtje hadden om bij te komen omdat we een reservering hadden bij een restaurant, letterlijk aan de overkant van de straat. Heerlijk gegeten, interpretaties van de chef  van de Ehime keuken.
Een lange maar heerlijke dag!

Maandag, de laatste etappe op Shikoku, van Matsuyama naar Takamatsu. Het eiland heeft de verwachting meer dan waargemaakt. Het enige waar we meer van hadden gehoopt te zien zijn de herfstkleuren. In Iya Valley was het nog het meest uitbundig maar dankzij de lange en warme zomer, zelfs tot diep in de herfst, worden de gekleurde blaadjes pas in december verwacht.
Onze eerste stop vandaag was bij Imabari-Jô castle. Een heel mooi kasteel, gelegen aan de zee waarvan de slotgracht zich vult met zeewater. Het is een van de slechts drie kastelen in Japan die de zee gebruiken om een gracht te vullen.


De tweede stop van de dag was bij Zenigata Sunae, een kunstwerk van zand in de vorm van een munt uit de Edo periode. Het is 122 meter breed en 90 meter lang, met een omtrek van 345 meter, en het is alleen goed te zien vanaf het uitkijkpunt. Volgens een legende leidt het zien van de munt tot een lang en gezond leven zonder geldproblemen.
Hierna op weg naar Takamatsu voor de laatste stop en het inleveren van de auto. In Takamatsu is een bijzonder mooie tuin, Ritsurin Garden. In de 18e eeuw is begonnen met de aanleg van de tuin, zeg maar gerust park met z’n 75 hectare.
Na deze tuin naar het hotel om de koffers te dumpen. Paar keer een afslag gemist maar uiteindelijk toch het hotel bereikt. Er was een taxi standplaats voor het hotel met nog een plekje vrij, dat is de onze! Even geen rekening gehouden met de hoge stoeprand… Linksvoor  was de bumper aan de onderkant niet wit meer maar metaalkleur. Shit.
De koffers in het hotel gezet en op naar de autoverhuur. Nog even volgooien en naar het kantoor. Daar hebben ze niet eens naar de auto gekeken en nadat we de toltarieven hadden afgerekend konden we alweer gaan. We gaan zien of het hierbij blijft.

Dinsdag, de elfde van de elfde betekende voor ons de oversteek naar Naoshima, het kunsteiland. Een snelle veerboot vanaf de haven van Takamatsu bracht ons in een half uur deze kant op. Het is vooral bekend van de rode en gele pompoen maar er is kunst echt over het hele eiland verspreid.
We hadden vooraf al de nodige tickets gekocht omdat niet alles zo maar toegankelijk is, sommige plekken werken met een tijdslot. Één van de plekken waarvoor dit gold was Art house project Minimadera.
In dit project nemen kunstenaars lege huizen verspreid over woonwijken en veranderen de ruimtes zelf in kunstwerken. Hierbij verweven ze geschiedenis en herinneringen aan de periode waarin de gebouwen werden bewoond en gebruikt in hun kunst.
Het specifieke kunstwerk wat we bezochten was in een groot huis waar de bezoekers eerst instructies kregen, alles wat maar een beetje licht geeft moest uit. Dan werd de groep van 16 personen opgedeeld in tweeën om na de ingang links- danwel rechtsaf te gaan. Dat moest door met je hand op de muur deze te volgen want na één stap binnen was het aardedonker. Na vier bochten was er dan een bankje waar je op moest gaan zitten.
Het was dus echt pikdonker binnen en dan hoorde je plots een stem die je, eerst in het Japans en daarna in het Engels zei dat je rustig moest blijven zitten en voor je uit kijken.
Langzaam zie je dan een groot vlak lichter worden.
De stem komt dan weer en die vertelt dat dit licht er de hele tijd was, dat er dus niet meer licht is aangedaan maar dat je eigen ogen dit hebben gedaan. Dan mag je rondlopen in de ruimte en zie je alleen maar schimmen van anderen. Heel bijzonder om mee te maken en direct al één van de hoogtepunten van deze dag.
Een andere supermooie plek was de valley gallery van Benesse house waar op verschillende plekken, buiten en binnen, glimmende roestvrijstalen ballen lagen. Dat creëerde een heel mooi, apart beeld.
Verder hebben we nog zo’n zes andere plekken bezocht en volop genoten van de kunst. Het ene spreekt je daarbij meer aan dan het andere maar al met al was het weer een topdag.
Voor het vervoer van vandaag hadden we ons ook helemaal aangepast. Waar de meesten een (electrische) fiets huren om het eiland te verkennen, hadden wij gekozen voor het Japanse blokje Naoshima Style: geel met zwarte stippen zoals de bekende pompoen. Zo’n 40 kilometer over de wegen gecrosst want groter is het hier niet maar heel comfortabel want bergachtig is het dus wel.



Na een dag laten we het kunsteiland weer achter ons. Met de ferry naar het grootste eiland van Japan, Honshu. Vanuit de haven van Miyanoura voeren we in 20 minuten naar Uno.
Onvoorstelbaar, de ferry komt aan en er moeten heel veel passagiers en nog meer voertuigen van de boot af. Vervolgens moeten er ook weer, minder weliswaar, vooral vrachtwagens op waarbij je denkt dat gaat wel even duren. En toch, om 8:52 stipt komt ie in beweging en zijn we op weg naar Uno.
Vanaf Uno was het een dikke 40 minuten treinen naar het station van Okayama. De tassen daar in lockers gestopt en met de taxi naar Korakuen garden en Okayama castle.
Het eerste is een werkelijk prachtige tuin midden in de stad. Deze tuin wordt beschouwd als één van de drie mooiste van Japan en bestaat al zo’n 300 jaar. Het is alsof je hier een stap terug in de tijd zet. Zoals je bent gewend in Japan is het zeer nauwgezet onderhouden.


Naast de tuin ligt het zwarte kasteel wat je vanaf verschillende punten al kunt zien. Het torent hoog boven de tuin uit en het maakt een perfect plaatje. Na een korte wandeling over een brug kom je bij de voet en na wat klimwerk op de grote binnenplaats.
Na gedane arbeid was het tijd voor een bord heerlijke gebakken rijst met tonkatsu en een even lekkere kom met noodles. Zo waren we klaar voor de laatste etappe naar onze overnachtingsplaats voor de komende twee nachten, Kurashiki.
Ook weer zo’n plek waar je je in een andere tijd waant. Smalle straten met witte huizen, donkere houten façades en natuurlijk de riksja. Vandaag een klein stukje van al dit moois al gezien. Morgen hebben we een hele dag gepland om het verder te ontdekken.
Om de dag af te sluiten hadden we een reservering bij Yoruya. Heerlijk eten met een sake pairing, het vakantieleven bevalt ons uitstekend!

Blijft lastig, je hebt het bijna driekwart jaar Kurashíki genoemd, blijkt het hier ineens Kuráshki te heten. Die Japanners ook met hun rare tekens en uitspraak.
Maar anyways, hoe je het ook uitspreekt, het is hier echt prachtig. We waren, zoals bijna elke dag, ook nu weer vroeg wakker en besloten om het beproefde recept te volgen. De stad in om voor de komst van de meeste mensen foto’s te maken. Scheelt weer een bos of drie aan AI rekenkracht, je hoeft dan geen mensen weg te shoppen. Het was nog erg rustig op straat, op een paar lokale vroege vogels na. Foto’s maken en daarna meteen door naar Family Mart voor een ontbijt.
Waar we de mensen niet hoeven weg te shoppen, hebben we dat hier zelf wel gedaan. Kurashiki denim verwijst naar de hoogwaardige denimproducten van Kurashiki, Okayama, de geboorteplaats van Japanse jeans. Je struikelt hier zowat over de winkels met denim. Kwalitatief en qua design is het top. Suus heeft, naast allerhande kleine spullekes, uiteindelijk een kimono t-shirt en een jeans kimonoblouse van een Japanse designer gekocht. Andy heeft zich ook niet onbetuigd gelaten en een flesje lokale sake gekocht. Deze hadden we gisteravond bij het eten en was gruwelijk lekker (net als alle andere maar als je ze allemaal gaat kopen lijkt het of je een drankprobleem hebt).

Vrijdagochtend vroeg met het drukke boemeltje van Kurashiki naar Okayama om van daaruit verder te gaan met de Shinkansen. De laatste keer, toen we vertrokken van Okayama naar Kurashiki, hebben we trouwens nog een heel erg bijzondere trein gezien: de Twilight Express Mizukaze. Die trein was zo bijzonder dat er een kinderkoor, waarschijnlijk de Okayama sleuteltjes, was uitverkoren om de trein en passagiers te onthalen en toe te zingen. Dat het een bijzondere was bleek toen we opzochten wat voor trein het was. De prijs varieert per keuze voor verzorging en kamertype, maar begint over het algemeen rond de 335.000 jennekes per persoon voor een reis van 2 dagen, 1 nacht in een Royal Twin-kamer. Prijzen tot 660.000 of meer per persoon voor langere, luxere verblijven zijn ook geen uitzondering. Dan toch maar liever cattle class en geen kinderkoor wat je onthaalt.


Maar goed, we waren zo vroeg op omdat we vandaag de langste treinrit van deze vakantie gingen maken. Vanaf Okayama met de Shinkansen naar Fukuoka, dan een stukje met een wat langzamere trein tot aan Takeo Onsen en vanaf daar weer met de hogesnelheidstrein naar eindpunt Nagasaki. Alles bij elkaar zo’n 600 kilometer in een goede 3 uur en 3 kwartier.
Bij aankomst in Nagasaki eerst een kort bezoek aan het winkelcentrum wat aan het station zit. Hoewel het een kort bezoek was gingen we met twee vesten en drie broeken (allemaal voor Andy) de taxi in.
Het hotel voor de komende twee nachten ligt op één van de heuvels die de stad omringt, daar waar vroeger de Nederlandse nederzetting was. We noemen het heuvels maar de taxi moet wel twee stukken van 20% klimmen.
De koffers waren nog niet gearriveerd dus we hebben de overbodige spullen in de kamer gezet en zijn weer op pad gegaan. In de omgeving van het hotel zit Glover Garden.
Dit is een populair openluchtmuseum en park, bekend om zijn historische woningen in westerse stijl en panoramische uitzichten op de haven. Het is vernoemd naar de Schotse koopman Thomas Blake Glover, die een belangrijke rol speelde in de modernisering van Japan tijdens de late Edo- en Meiji-periode.

Glover house
Cio-Cio San


In de tuin is ook een beeld van Tamaki Miura, bekend van haar rol als Cio-Cio San in Madame Butterfly wat wij dan weer vooral kennen dankzij Malcolm McLaren.
Hierna via Holland Street richting China Town want niet alleen de Nederlanders hadden hier hun nederzetting, ook de Chinezen. We hadden inmiddels onze stappen al wel gehaald dus via de app een taxi besteld om terug naar het hotel te gaan.

Vandaag, zaterdag, onze tweede dag in Nagasaki. We gingen met Sho op pad en hij had een heel interessante trip voor ons in petto. We begonnen namelijk in de heuvels van de stad aan de rand van een woonwijk. Zo daalden we geleidelijk aan af en liepen langs de huizen waar bewoners in de tuin aan het werk waren. Wanneer zij hoorden dat wij uit Nederland kwamen was de reactie elke keer weer enthousiast.

Nagasaki
Elke dag met deze trappen


We kwamen ook langs het huis van Sho en hij liet ons vol trots zijn mooie huis zien. Hij huurt het voor nog geen 170 euries per maand. Enige nadeel is dat je van en naar je huis altijd de steile paden op en af moet.
We bezochten de markt waar hij altijd z’n inkopen doet waar we onszelf hebben getrakteerd op sashimi. Om die vervolgens op een bankje tegenover de markt met z’n drieën op te eten.
Op een gegeven moment bracht hij ons naar het huis van een vriendin. Zij opende vandaag haar bed and breakfast in een oud huis wat de afgelopen tijd was verbouwd en iedereen was welkom om te komen kijken, ook wij dus. We werden met open armen ontvangen en na de rondleiding stond er thee klaar voor ons. Ook weer zo’n bijzondere ontmoeting.
Zo zijn we een halve dag met hem op stap geweest en het was een onvergetelijke ochtend en deel van de middag. Heel relaxed en zo veel dingen gezien en meegemaakt.
Na afscheid te hebben genomen van Sho, met de taxi naar het Atomic bomb museum. De inwoners van Nagasaki streven ernaar de tweede en laatste stad te zijn die de verschrikkingen van een nucleair wapen heeft ondergaan.
In het museum loop je langs jaartallen naar beneden die met elke keer vijf jaar aftellen naar 1945. Je leest er de gruwelijke verhalen en ziet de foto’s van die 9e augustus 1945. Zo’n plek waar je stil van wordt. Het Peace Park waar we daarna zijn geweest straalt dan weer hoop voor de toekomst uit.

De weg naar 1945
9 augustus 11:02
Peace park
Bij het beeld wordt dagelijks gebeden


In de avond zijn we nog met de kabelbaan naar één van de heuvels gegaan om te genieten van de lichtjes van de stad, een prachtig uitzicht.

Nagasaki by night



Zondagochtend in Nagasaki, het was nog rustig op straat en op het station. Wij waren er om naar Kumamoto, onze volgende stop op Kyushu, te reizen. Voor een deel hetzelfde recept als op de heenweg maar dan in omgekeerde volgorde. Stukje Shinkansen en overstappen op de minder snelle trein. Nu gingen we echter niet tot aan Hakata maar slechts tot Shin Tosu om daar rechtsaf te slaan richting het zuiden van Kyushu.

Het zonnetje schijnt volop en het zicht, vanuit de express trein, op het platteland is erg rustgevend. Je rijdt langs slaperige dorpjes, een boer is aan het werk op z’n land, een klein riviertje meandert. Al dit moois trekt langzaam aan je voorbij. Als je dit bij elkaar optelt, weet je waarom wij fans zijn van het treinen in Japan.
Maar het aller-, allerbelangrijkste is toch wel, dat iedereen z’n klep dichthoudt wanneer ze in de trein zitten.

Het hotel in Kumamoto zit direct aan het station. Rechtsaf, door de grote deur en met de lift naar de 8e verdieping. Daar de tassen achter gelaten want we konden nog niet inchecken en met de tram naar het kasteel.
In 2016 is Kumamoto getroffen door een aardbeving met een kracht van 7,0. Het epicentrum van deze beving lag op een diepte van 10 kilometer onder de stad. Naast veel schade in de regio en slachtoffers onder de bevolking was ook het kasteel toen voor een deel verwoest.
Misschien wel daardoor is het anders dan andere kastelen die we tot nu toe hebben bezocht. Zo staat dit op een soort van schokbrekers, is er een lift en zijn de trappen goed begaanbaar. Kortom, het interieur is helemaal van deze tijd.

Kumamoto Castle



De tijd na het kasteel hebben we besteed aan het bezoek aan een bloemending waar we toevallig langskwamen en wat struinen door een typisch Japanse winkelstraat, overdekt en je moet goed kijken wat er allemaal zit want het kan soms op de derde of vierde verdieping zitten.

Het diner afgesloten met lokale sakeetjes waarbij we elke keer weer denken, wij hebben dan toch écht wel kleine bekertjes gekocht.

De trip door Aso

I

Op het kaartje in Polarsteps ziet onze trip van deze maandag eruit als een weird sterrenbeeld of zo. In werkelijkheid was het een dag in het Mount Aso geopark.
Vanochtend met een lokale trein van Kumamoto naar Higo Ozu, een dorp aan de rand van het geopark. Daar werden we opgehaald door Helen, een Britse die al zo’n twintig jaar in Japan woont. Zij heeft ons van de ene mooie plek naar de volgende gereden.

Mount Aso is de grootste bewoonde vulkanische caldera van Japan en een van de meest schilderachtige plekken van het land.
Grasland, een uniek verschijnsel voor Japan, naast bergen gevormd door lavastromen en zo’n 17 vulkanen om je heen. Je ziet hier ook koeien grazen in de graslanden waar Japanners dan weer foto’s van maken want dit zie je bijna nergens.
We gingen via de zuidkant langs een paar bezienswaardigheden waaronder de bron Shirakawa, per minuut gutst daar 60 ton water uit, waarvan we een flesje met het zuiverste bronwater hebben gevuld. Ook een shrine met naam Kamishikimi Kumanoimasu waarvan niet alleen de naam mooi was maar ook de weg ernaartoe.


Het kratermeer van de actieve Nakadake vulkaan was door het vele stoom niet heel goed zichtbaar. Af en toe zag je een glimp van het turquoise water.
Bij de krater was het trouwens flink koud. Dat was even wennen want afgezien van een paar wat mindere dagen met regen is het qua temperatuur nog steeds heel erg lekker.

Helen vertelde op een gegeven moment dat ze het in Japan leuk hebben gemaakt om belasting te betalen. Je mag namelijk zelf beslissen in welke prefectuur je wil betalen en in ruil daarvoor krijg je een pakket met de specialiteiten van de regio thuis. Als je bijvoorbeeld belasting in de regio Kobe betaalt, krijg je Kobe beef. En zo kun je dus een beetje shoppen met de belastingen. Dikke tip voor de nieuwe minister van financiën. Dat je de ene keer kunt kiezen voor een paar vlaaien, de volgende keer voor worstenbrooikes. Niet helemaal vergelijkbaar met Kobe beef maar ga ermee aan de gang.

Na de lunch gingen we via de noordelijke route weer langzaam terug naar het beginpunt. Daar zagen we onder andere de Komezuka mini vulkaan die opvalt door z’n vorm, een beetje een ingezakte soufflé.
Om zes uur zaten we weer in de trein terug naar Kumamoto.


Dinsdagochtend in Japan, toen wij vannacht lekker lagen te slapen heeft het Nederlands elftal zich geplaatst voor het WK. Yeeeej! From left to far right in de Verenigde Staten volgend jaar.

Om de tijd te doden nog even de stationwinkels in. Niet zoals de kiosk in Nederland, maar winkels vol met mooie dozen, prachtig ingepakte koekjes en zoetigheden. Mooie cadeautjes. We konden het niet laten om Mochibloemen te kopen. Qua smaak was het mwaaa, maar kijk wat een kunstwerkjes het zijn!

We zijn nu in Kagoshima, de meest zuidelijke stop tijdens deze reis. Kagoshima staat bekend als het ‘Napels van het Oosten’, vanwege het klimaat, de ligging als havenstad, het temperament van de inwoners en de nabijgelegen aanwezigheid van één van ’s werelds beroemdste actieve vulkanen, de Sakurajima, die boven de stad uittorent aan de overkant van de baai.
De inwoners maken niet constant met getuite lippen en verontwaardigde blik het bekende handgebaar onder de kin, daarin verschilt het dan weer met Napels.

Onze hotelkamer heeft een prachtig zicht op de vulkaan en toen we vanochtend onze spullen op de kamer zetten kwam er een grote donkere aswolk uit de vulkaan. Oe, dat ziet er serieus uit! Maar blijkbaar is dat vrij normaal want we zagen niemand hard wegrennen.


Met de taxi naar de eerste stop Sengan-en, deze lag een stukje buiten de stad.  Het is een tuin van 50.000 vierkante meter, oorspronkelijk gebouwd in 1658 door de familie Shimadzu. De tuin is beroemd om zijn “geleende landschap” (shakkei) ontwerp, dat de Sakurajima vulkaan gebruikt als natuurlijke heuvel en Kinko baai als vijver. Een prachtige tuin en ook het woonhuis wat je kon bezoeken was erg mooi.

Na een lunch in de wijk Tenmonkan langs het standbeeld van Saigo Takamori, vaak aangeduid als de laatste samoerai. Wij hadden een standbeeld van Tom Cruise verwacht maar oordeel zelf.



Het diner was yakiniku stijl, zelf de heerlijke stukjes vlees grillen. Zo’n throwback naar kerstmis in de jaren tachtig maar dan met super lekker, gemarmerd Kagoshima beef.

De volgende dag hadden we een tripje naar Sakurajima op de planning staan. Een korte overtocht met de ferry naar het eiland wat in werkelijkheid dus een actieve vulkaan is.
Het eiland is bewoond en heeft een prima infrastructuur. De mensen hier leven met de vulkaan die dit jaar tot zover 374 uitbarstingen heeft gehad. Een uitbarsting wordt pas als zodanig geregistreerd als de askolom minimaal 1 kilometer hoog is. Dus misschien is die wij gisteren zagen niet eens geteld.

De laatste grote eruptie was in 1914. Deze werd echter voorafgegaan door een serie aardbevingen, die werden gezien als een waarschuwing waardoor de bevolking in de nabijheid van de vulkaan tijdig werd geëvacueerd.

Nu wordt er heel veel groente en fruit verbouwd. We zijn net te vroeg voor de speciale sakurajima mandarijnen, een kleine soort die gruwelijk zoet moet zijn. Ook de daikon die hier wordt geteeld bereikt vaak het formaat skippybal. Drie van die dingen en de diepvries zit wel vol.
Bij het hoogste uitzichtpunt zaten we de hele tijd te hopen dat er een uitbarsting zou komen maar helaas. Desondanks was het heel erg mooi.

7


De sightseeing bus reed alleen aan de westkant van het eiland. Hierdoor waren we rond de lunch wel klaar met de vulkaan. Na de ferry met de bus naar het station. In de shopping mall lekker noodles en okonomiyaki gegeten en daarna nog wat gewinkeld.

Op ons dooie akkertje naar Tenmonkan, het entertainment district, en toen kwamen we nog langs een deel van de geschiedenis van Kagoshima en Japan. Dit werd door middel van bronzen beelden uitgebeeld (letterlijk dus). Het leidde tot aan het beeld van Tom Cruise wat we gisteren al hadden gezien.

Waar we gisteren hebben genoten van het lokale rundvlees was vandaag het Berkshire varken de klos. Dat is één van de specialiteiten van Kagoshima. Gelukkig hadden we gereserveerd want de mensen die voor ons probeerden een plekje te bemachtigen werden de deur gewezen. Andy en Suzy san daarentegen mochten mee naar het tatami gedeelte en hebben weer genoten.

Donderdag, de Shinkansen naar Hakata, onze laatste halte van deze vakantie.
Fukuoka is de naam van de stad, terwijl Hakata zowel een wijk in de stad is als de naam van het centraal station van de stad. Historisch gezien was Hakata een oude koopmansstad en Fukuoka was een kasteelstad, gescheiden door de Naka-rivier. Toen de twee fuseerden tot de hedendaagse stad Fukuoka, werd de naam van de stad officieel gekozen als Fukuoka, maar de naam Hakata werd gegeven aan het centraal station.
Vanaf het station met de metro naar het hotel waar onze koffers ook net waren bezorgd, het kleine vrachtwagentje stond nog voor de deur.
Meteen maar weer op pad en ondanks de goede voornemens om niet zoveel meer te kopen, kon daar na zo’n 500 meter en streep doorheen. Stickertjes, prikkertjes voor de samoerai prikkerhouder en een mala, een boeddhistische kralenarmband.
Ohori park was onze eerste stop. In tegenstelling tot andere parken die we hebben bezocht was dit een ‘gewoon’ park. Mooie bruggetjes en wandelpaden maar dat was het wel.


Daarna zijn we wat door de stad gaan zwerven, onder andere naar Canal City. Daar is een enorme grijpmachine verdieping. Waar we vorig jaar zo’n beetje bij de eerste keer een aap wonnen was het dit jaar nog niet gelukt.
Tot vandaag dus. Suus won eerst met twee pogingen een kleine Hello Kitty en daarna had Andy met drie pogingen geluk met een grote.
Op de terugweg naar het hotel kwamen we nog langs een mooie Shrine waar we een tijdje zijn geweest. Inchecken in het hotel, even de pootjes omhoog en toen was het alweer etenstijd.


Fukuoka is bekend om de yatai, de eetstalletjes. Dit zijn kleine restaurantjes in de open lucht die een kenmerkend onderdeel zijn van de cultuur en het nachtleven van Fukuoka. Ze gaan ’s avonds open en serveren lokale gerechten.
Lopend van de ene naar de andere lokatie van de yatai raakten we verzeild op een kerstmarkt. Wat zeg ik, meerdere markten inclusief Glühwein, worsten, bier en Duitstalige muziek.
Op één plek waren optredens van verschillende artiesten. Een danseres, jongleur en twee acrobaten. Een soort cirque du soleil. Was echt spectaculair, vooral met de reacties van het publiek erbij.


Vrijdag, een heerlijke dag in Fukuoka met een  zonnetje en lekkere temperaturen. Vandaag hadden we een rijtje tempels en shrines op de agenda staan. Voor de eerste moesten we met de metro, die was wat verder weg.
Hakozaki shrine is één van de drie grootste Hachiman heiligdommen in Japan en een belangrijke historische en culturele site in Fukuoka. Een mooie plek waar mensen voordat ze naar hun werk gaan nog even komen bidden. Het lag ook maar een paar minuten van de metro.
Omdat Suus haar tempelboek vergeten was, eerst nog even terug naar het hotel. Vanaf daar alles te voet gedaan. Zo was de volgende halte Shofuku-ji tempel zo’n 10 minuten lopen. Ook weer zo’n plaatje. Deze stamt uit 1195 en is hiermee de oudste Zen tempel van het land. Andy heeft er onbewust illegaal een fotooke gemaakt van de Buddhas, niet doorvertellen!
De volgende die op ons lijstje stond lag bijna naast Shofuku-ji maar was gesloten. Na een super lekkere espresso en cappuccino het hoekje om voor de Tochoji tempel met de rode pagode.
Deze had niet alleen de pagode maar ook een groot Buddha beeld, hier hield iedereen zich netjes aan de regels. Er was ook een donkere gang onder het beeld die je alleen kunt lopen door de muur te volgen met de hand. Dat blijft een mysterieuze ervaring.
De laatste shrine van de dag was de Sumiyoshi. Ook deze was weer erg mooi met de rode Tori gates en beeld van een sumo worstelaar. Valt op dat back in the days de sumo niet de omvang had van tegenwoordig.
Daarna doorgelopen naar een kleine markt waar we een bescheiden maar overheerlijke lunch hebben genomen.
De rest van de middag gevuld met struinen door de stad. Er heerst, misschien nog wel meer dan in andere Japanse steden, zo’n relaxte vibe. Ondanks dat onze stappentellers hier volledig ontploft zijn de laatste twee dagen, heb je niet het idee dat je je benen onder je kont vandaan loopt. Elke keer weer kom je iets leuks tegen, iets nieuws.