Eerste week Japan zit er alweer op. Je kijkt er maanden naar uit en nu we er eenmaal zijn worden alle verwachtingen overtroffen. Wat een fantastisch land.
Ja, het was ongelooflijk druk in Tokyo maar desondanks wordt het nooit een chaos. Het is georganiseerd, mensen zijn beleefd en gereserveerd en het mooie is dat de toeristen, op een enkele uitzondering na, zich aanpassen aan dit gedrag.
Typisch Japanse dingen die zo’n eerste week opvallen, naast de reeds bekende. Overal een Japans toilet (of zoals ze het hier noemen, トイレ) zelfs de openbare toiletten. Een spiegel in de douchecabine. Waarom? Netjes wachten bij het instappen metro, geen telefoongesprek in diezelfde metro, niet lopen terwijl je eet of drinkt. Teveel om op te noemen eigenlijk.
Maar eerst terug naar het echte begin. Onze vlucht vanaf Brussel was erg fijn. Gelukkig waren we de donderdag al richting Zaventem gegaan want zelfs op donderdagavond 8 uur stond er file op de ring van Antwerpen. Nu konden we lekker relaxed op vrijdagochtend naar de luchthaven.
We hadden een stopover in Abu Dhabi en dat is, ondanks dat je er langer over doet, wel fijn om even de benen te kunnen strekken. Etihad bood vooraf de mogelijkheid om te bieden op een lege stoel naast je. Zou het niet lukken, kostte het niks en lukte het wel dan had je dus drie stoelen. Daar hebben we 100 euries tegenaan gegooid waardoor we in ieder geval lekkerder konden zitten en zelfs een beetje slapen.
Zo kwamen we redelijk uitgerust rond vier uur in de middag bij ons hotel in Tokyo Shimbashi aan. Met bus en metro vanaf Narita Airport naar het centrum en daarna een stuk lopen met Google maps in de hand om de weg naar het hotel te zoeken. Hoe deden we dat een jaar of 20 geleden toch?
Even snel wat opfrissen en dan weer door. We hadden die avond namelijk tickets voor de entree om 6 uur in de Tokyo Skytree. Online geboekt en dat was maar goed ook, eenmaal daar aangekomen bleken er geen tickets meer te zijn. Druk, druk, druk dus. Het uitzicht vanaf 450 meter hoogte over het langzaam donker wordende Tokyo was prachtig. Daar deed de drukte gelukkig niks aan af. Om de dag af te sluiten nog wat eten en terug naar het hotel. We waren inmiddels over de 26 uur in touw met hier en daar wat mini dutjes. Suzy san had, als een volleerd Mari Kondō, nog wat energie om de koffers te reorganiseren, Andy san is op bed neergeploft en diep in slaap gevallen.

Zondag hadden we een gids geregeld die ons door Tokyo zou gaan leiden. Vooraf mooie plekken besproken en we begonnen met Sensô-Ji Temple. Sodejuukes, toen we daar aankwamen en naar de mensenmassa keken hadden we het idee, wat doen we hier? Als je eenmaal opging in de massa dan viel het wel mee. Het tempelcomplex zelf was overigens heel erg mooi. Het leek alsof de meesten slechts geïnteresseerd waren in een selfie voor de tempel en door naar de volgende bezienswaardigheid, na de tempel was het namelijk een stuk rustiger. Genoten van de mooie tuin en kleinere bijgebouwen.
Na de tempel met de metro naar Ueno park. Daar zouden we de kersenbloesem gaan zien, ware het niet dat het de laatste weken te koud is geweest. Sund dus, un bietje bloesem maar.
Na een tijdje in het mooie park doorgebracht te hebben weer verder met de metro richting de beroemde Shibuya crossing. Hét voorbeeld van Japanse verkeersefficiëntie. Voor alle voetgangers gaan de lichten tegelijkertijd op groen waardoor je een mierenhoop van mensen op de kruising krijgt.
Voor de lunch okonomiyaki zelf bereid en gegeten in een straatje grenzend aan de crossing om met nieuwe energie naar de Meiji Shrine te kunnen gaan.
Ook deze was weer super mooi. Hideake, de gids, legde ons uit dat de meeste Japanners voor de leuke dingen naar een shrine gaan. Om te trouwen of wanneer een pasgeboren kind één maand is. Er zit elke keer een volgorde van 1-3-5 in. Eén jaar getrouwd, 3 jaar getrouwd etcetera. Zo liepen er naast de newly weds, vaders en moeders met hun één maand oude baby rond. Een paar van die babies hadden een bos haar waar menigeen jaloers op zou zijn! Weet niet wie ze zich nog herinnert, Ute, Schnute und Kasimir van vroeger, dat idee (maar dan alleen die eerste twee).

Maandag was ingeruimd voor een bezoek aan de oude visafslag en daarna een stoomcursus sushi maken. Het is tegenwoordig alleen nog maar een markt met veel eetkraampjes. Super leuk en alles wat we geprobeerd hebben was ook lekker. Dat lijkt hier overigens een regel, wat je eet is lekker. Het is met zorg klaargemaakt, er is aandacht besteed aan hoe het eruit ziet en nogmaals, het is gewoon kei lekker.
Op weg naar Tsukiji market zaten we, vanwege het vroege tijdstip, tussen de forenzen in de metro. Dan zie je als je de roltrap naar beneden neemt, mannen in donker pak en vrouwen in donkere kleding met een beige mantel een keurig rijtje vormen en wachten om de roltrap naar boven te nemen.
Na de markt gingen we met een tweetal Amerikanen en vier Australiërs naar een restaurant om sushi te maken en de eigen creaties vervolgens op te eten.
Kappabashi street was onze volgende halte. Een straat van een paar honderd meter lang met aan weerszijden winkels op het gebied van koken. Potten, pannen, messen, popcornmachines, winkels vol met chopsticks, verzin iets op kookgebied en het was er waar we natuurlijk het nodige hebben gekocht.
Dinsdagochtend gingen we wat shoppen in Ginza. De flagshipstores van onder andere Uniqlo (kleding), Itoya (stationary) en Muji (van alles Japans) zitten daar. Je zou hier met gemak een hele dag stuk kunnen slaan maar we hebben ons beperkt tot een ochtend.
Toen ik tijdens het shoppen in de eerste winkel Suus op een gegeven moment uit het oog was verloren, zag ik achter elke pilaar, om elke hoek een aziatisch vrouwke. Het was dan vaak niet het juiste vrouwke. Gelukkig vond ik haar na een tijdje toch weer.
De Japanse jongeren zijn inmiddels wel langer maar vooral dus de oudere generaties zijn klein. Als je dan ergens loopt steek ik er, met een bescheiden 178, toch bovenuit. De spion in de deur van de hotelkamer zit bijvoorbeeld ook op ongeveer anderhalve meter hoogte.
Omdat we hoopten dat de bloesem in twee dagen tijd wat verder tot bloei was gekomen nogmaals op weg naar Ueno park. Nog geen volle bloei maar wel al een stuk verder. Wij vonden het nu al prachtig, konden ons heel goed voorstellen hoe het eruit ziet wanneer het in volle bloei staat.
Woensdag was het tijd om Tokyo achter ons te laten en de trein naar de Japanse Alpen te pakken: bestemming Matsumoto.
Een lieflijk klein stadje, wanneer je het vergelijkt met Tokyo want het heeft gewoon ruim 200.000 inwoners, in de bergen. Onderweg met de trein zagen we al wat spetters op de ramen, eenmaal aangekomen waren het geen spetters meer en viel de regen gestaag.
Allebei gewapend met een rugzak, koffer en Andy san ook nog een kleine rolkoffer hadden we geen handen meer over voor de paraplu. Gelukkig was het hotel slechts een kleine tien minuten lopen vanaf het station maar desondanks waren we zeiknat toen we de lobby binnen stapten. Daar stond een allervriendelijkste mevrouw ons op te wachten om eerst de wieltjes van de koffers schoon te maken, de tas te drogen en ons te vragen of we onze schoenen uit wilden doen. Check in kon later pas dus we hebben de paraplu uit de koffer gehaald en direct op pad om de stad te verkennen. Uiteraard eerst weer de schoenen aan gedaan.
Matsumoto is erg overzichtelijk, het mooie gedeelte zit in de buurt van het prachtige kasteel. Eén van de twaalf nog originele kastelen van Japan. Het wordt vanwege de zwarte façade ook wel crow castle genoemd.
Na eerst de buitenkant bewonderd te hebben tickets gekocht om naar binnen te gaan. Niet echt warm maar wel lekker droog. Ook hier weer de schoenen uit en over de houten vloeren, smalle heul steile (stijging tot 61%) trappen met treden van soms wel meer dan 50 centimeter hoog door het kasteel. In de vitrines musketten, samoerai kleding en andere overblijfselen uit lang vervlogen tijden.
Na het bedwingen van het kasteel de buurt rondom verkend. Helaas bleek woensdag de lokale sluitingsdag want heel veel zat gewoon dicht. Wilden we een biertje gaan drinken bij Matsumoto craft beer brewery: dicht. Leuke winkels: dicht. Ditzelfde herhaalde zich ’s avonds tijdens de zoektocht naar een restaurant. Gelukkig vonden we er uiteindelijk toch één waar we de lokale specialiteit, buckwheat soba noodles, hebben gegeten.
Het maakt niet zo veel uit waar je eet, het is overal even smakelijk en gewoon gruwelijk lekker. Ook het ontbijt in de twee hotels die we tot nu toe hadden was een feestje. Verschillende soorten vis, tempura gerechten, rijst, noodles, fruit waar zelfs een notoire boterham met hagelslag addict voor om gaat.
Donderdag pakten we de trein naar Hokato, waar de Daio Wasabi Farm is. Het was een rit van een half uur en kostte maar liefst ¥ 330 (2 euries). Daar kom je met je OV chip niet zo heel ver mee.
Hokato is een heel mooi klein plaatsje waar niet zo veel gebeurt maar wel de grootste wasabi boerderij van Japan huist. De wasabi farm is heel mooi aangelegd. Het water wat uit de bergen komt wordt via een uiterst ingenieus systeem langs de planten geleid. De wandelroute voert je langs de velden, mooie uitzichten en de onvermijdelijke shrine. Na afloop uiteraard het wasabi ijs mét extra scoop verse wasabi geprobeerd. Waar bijvoorbeeld sambal een hitte in en rond je mond achterlaat, schiet de wasabi via de neus rechtstreeks je hersenen in. Daar blijft het even hangen en zakt dan weer weg.
Voor de treinreis terug naar Matsumoto nog de lokale shrine bezocht, maar goed ook want die was prachtig.
Eenmaal terug in Matsumoto het kasteel nog een keer van buiten bewonderd, nu zonder regen. Ook de buurt eromheen zag er nu een stuk vriendelijker uit. Winkels waren open en er was zelfs een flauw zonnetje. Kortom, we hebben genoten van onze dagen hier.
’s Avonds gegeten bij een kleine izakaya met acht plaatsen aan de counter. Het tentje werd bestierd door een vrouw die alles in haar eentje deed. Wordt een saai verhaal maar ook hier weer zulk geweldig eten. Mensen die ons een beetje kennen, weten van onze liefde voor lekker eten. Japan is wat ons betreft de hemel op aarde.
We zitten nu in de bus naar Takayama waar we de komende twee dagen zijn. Daar zal ons tweede verslag over een weekje of wat mee beginnen.
Voor nu, bedankt voor het lezen en tot de volgende keer op Polarsteps of hier.
Suzy en Andy

Verslag 2
Wat gaat de tijd snel, alweer twee weken onderweg. Bij de laatste post hier op de site waren we met de bus onderweg naar Takayama. Bussen en treinen in Japan zijn erg comfortabel, meestal stipt op tijd en schoon. De buschauffeur draagt witte handschoenen tijdens de rit en behandelt zijn stuur als een breekbaar servies.
Takayama is net als Matsumoto een relatief kleine stad in de bergen. Onze accommodatie was een oud huis aan de rand van het oude gedeelte. Dus koffers droppen en door!

Het zijn echt van die oude straatjes die je kent van de foto’s. Aan weerszijden donkere houten huizen, smal en (dat past er dan weer niet helemaal bij) heel veel mensen. Je kunt merken dat er veel buitenlandse toeristen zijn én dit het laatste weekend voor het begin van het nieuwe schooljaar is. Iedereen trekt er nog even op uit.
Op sommige plekken kwam ook al voorzichtig de sakura uit de knop wat nog meer bijdroeg aan de feestvreugde. Lekker door de straatjes zwerven, de mooie winkels in en, omdat er nou eenmaal zoveel zijn in Takayama, naar een sake winkel. Je kunt dan mooie kleine bekertjes kopen voor 450 yen en dan kun je alles wat ze brouwen en verkopen proeven. Ach ja, je bent er dan toch dus toe maar, hupsake(e)!!
Takayama ligt in de regio Hida en deze heeft haar eigen Hida beef. Het is de naam die wordt gegeven aan vlees van een zwartharig Japans runderras, dat gedurende ten minste 14 maanden in de prefectuur Gifu is grootgebracht. Voor ons vergelijkbaar met Kobe beef, heel veel vet dooradering en een smaak…wow! We weten niet of deze koetjes ook klassieke muziek luisteren en worden gemasseerd maar het zou zo maar kunnen.

In de vele winkels/eetstalletjes vind je dan ook van alles met Hida beef: chips, beef jerky, sateetjes, sushi etc. En als je je afvraagt, wat hebben jullie ook daadwerkelijk op? Alles behalve de jerky en de etc.
Uiteraard hebben we niet alleen maar gewinkeld, gegeten en gedronken, we zijn ook nog cultureel verantwoord bezig geweest, een bezoek aan Takayama Jinya. Een prachtig complex/museum aan de rand van het oude gedeelte. In de tijd van de shogun zetelde hier de gouverneur die het voor het zeggen had. Een mooi gebouw met een typisch Japanse minimalistische inrichting (lees vrij leeg).
De tweede dag in Takayama begon op de ochtend markt. Veel eetstalletjes maar ook verse groenten en fruit, vooral de appel is hier een dingetje en ook weer de Hida beef.
Nadat we nog wat verder de stad hadden verkend liepen we min of meer toevallig tegen het retro museum aan. Een superleuk klein museum met een hoop ouwe meuk. Maar wel leuke meuk. Van oude reclameborden tot videospelletjes waaronder Pacman maar ook Pong. Voor de jongeren onder ons, zoek het eens op. Dit werd ooit echt leuk gevonden 😂

Later die middag hadden we een tour in een sake brouwerij geboekt. De gids die we kregen toegewezen was een oudere man die ons als proefgroepje (slechts met vieren) had. Laten we het voorzichtig noemen, hij was wat zenuwachtig. Desondanks een leuke tour met aan het einde weer een proeverij. Ook twee kleine flesjes gekocht.
Vanuit Takayama gingen we met de bus via Shirakawago naar Kanazawa. Dit dorp is uitgeroepen tot UNESCO-werelderfgoed en staat bekend om de traditionele gassho-zukuri-boerderijen, waarvan sommige meer dan 250 jaar oud zijn. Het ligt in de bergen en in de koude winters was het vroeger geïsoleerd van de buitenwereld. De huizen hebben allemaal een wigvormig rieten dak wat bestand is tegen de vele sneeuw. Het dorp is nog steeds gewoon bewoond, dus geen openluchtmuseum.

Daar een kleine twee uur rond gelopen voordat we aan de tweede etappe met eindbestemming Kanazawa begonnen. Na aankomst daar, in de taxi op weg naar het hotel, kwamen we langs een prachtig park waar alle kersenbomen in volle bloei stonden. Na de voorzichtige bloesem tot nu toe, was dit de eerste keer dat we het zo zagen. Adembenemend.
We hadden plannen om wat tempels te bezoeken maar die hebben we losgelaten. Koffers droppen en naar Kanazawa Castle met daarnaast de Kenroku-en Garden. Omdat het zondag, laatste dag vakantie, kersenbloesem en lentefeest was, kon je bijna over de koppen lopen. Maar dat kon ons niet schelen. We hebben ons ondergedompeld in de sakura, op een grasveld voor het kasteel gelegen om naar mensen te kijken en vooral te genieten van al dat moois.
Maandag hadden we ook hier weer een gids geboekt, Chiemi. Zij heeft ons naast de locaties die we zondag al hadden bezocht de prachtigste plekken van de stad laten zien. Ook weer veel historie hier en wat opvalt is de trots van de mensen. Trots op wat de stad te bieden heeft en de geschiedenis.

Datzelfde gevoel ervoeren we die avond toen we een kook workshop hadden bij Chikako en Moe, moeder en dochter die ons de fijne kneepjes van het koken met koji hebben bijgebracht. Vanaf het moment dat we aankwamen was het alsof we bij vrienden gingen koken. Vooral de moeder deed ons denken aan Mr. Myjagi, alles moest heel precies. Niet te hard drukken, paar millimeter naar links of rechts. Dit is echter ook weer typisch Japans, het moet perfect. Het was niet alleen leerzaam, ook lekker.
Omdat het gemiezer gedurende de avond was overgegaan in plensregen vroegen we op een gegeven moment om een taxi. Geen sprake van! Moe brengt jullie met de auto naar je accommodatie. Wat een schatten.
Dinsdag was het tijd voor onze eerste rit in de Shinkansen, de bullet trains in Japan, naar Hiroshima. Deze treinen zijn de enige waarin je mag eten hier. Richting de Shinkansen perrons vind je dan ook heel veel winkeltjes die bento boxes verkopen. Vroeger mooie gelakte doosjes met allemaal vakjes gevuld met eten, tegenwoordig kunststof versies hiervan maar de inhoud is ongewijzigd. Gruwelijk lekker eten.
Tijdens deze eerste reis in deze supersnelle treinen haalden we de 260 km/u. Dit had mede te maken met de harde wind, hierdoor kon er niet op volle snelheid worden gereden. Dit ging dus ook enigszins ten koste van de punctualiteit want we hadden gewoon een vertraging van 20 minuten. Maken wij weer mee!
Hiroshima is, een groot deel van het centrum althans, uiteraard een nieuwe stad. Veel hoogbouw dus op het eerste oog een niet echt aantrekkelijke stad. Ons doel voor die eerste middag was het Peace Park met het Peace Museum.
Eerste stop was de A bomb Dome. Een gebouw dat dichtbij het hypocenter stond maar wonderwel overeind bleef. Deels door de constructie, deels doordat de drukgolf grotendeels van bovenaf kwam. Het is na de oorlog een symbool geworden voor iets wat nooit meer mag gebeuren.

Eromheen is een park aangelegd met monumenten voor de slachtoffers. Het museum is erg indrukwekkend. Foto’s van Hiroshima voor en net na de explosie, verhalen opgetekend van de slachtoffers die het ‘geluk’ hadden om de blast te overleven. Hartverscheurende verhalen omdat de afloop vaak hetzelfde was. Toch is er hier nooit een haat richting Amerika geweest raar genoeg. Natuurlijk zullen er mensen zijn die dat hebben maar niet zo collectief zoals we dat in Nederland tegen Duitsland hebben gehad.

Die avond hadden we gereserveerd bij een restaurant in de haven. De taxi chauffeur heeft wel drie keer gevraagd of het adres écht wel klopte. Welke gek gaat er nog naar de haven om 7 uur ’s avonds? Nou wij dus. En blij dat we het hebben gedaan want het was zo ongelooflijk goed. Vis verser dan dat krijg je het niet. De chef is namelijk ook degene die de meeste vis zelf vangt en als je iets bestelt, wordt het soms letterlijk uit de netten gehaald. Bereid op een soort van kleine barbecue voor je neus, zelf de vis om de twee minuten draaien. Helaas was het seizoen voor verse oesters net afgelopen want wat ik erover lees, moeten die erg goed zijn.
Tweede dag in Hiroshima gingen we met Tetsuo, Pancho voor vrienden, op pad. Het gezin van zijn vader was begin 1945 vanuit Tokyo naar hier verhuisd om de bombardementen te ontvluchten. Tot 6 augustus vroeg in de ochtend dachten zij safe te zijn. Zijn vader was nog een kind en was ver genoeg van het hypocenter vandaan. Opa was dichterbij en liep ernstige brandwonden aan de rug op. Hij heeft het uiteindelijk overleefd en is nog redelijk oud geworden maar heeft nooit meer kunnen werken.
De eerste stop die Pancho voor ons in petto had was Miyajima, een eiland in de Japanse Binnenzee. Het eiland is vooral bekend om het shintoshrine die erop ligt. Voor de shrine staat de rode toegangspoort, torii, in het water. Op het eiland zelf zijn boeddhistische tempels in een prachtige setting. De ene nog mooier dan de andere. Omdat er een groot aantal bezienswaardigheden op het eiland zijn, hebben we bijna de halve dag daar doorgebracht.

Voor lunch hadden we, natuurlijk, de okonomiyaki Hiroshima style. Op advies van Pancho met mochi erin. Ook weer gruwelijk lekker.
Daarna met ferry en trein terug naar het centrum met als bestemming het Peace Park. Ondanks dat we er de dag eerder al waren geweest waren het de speciale plekken en verhalen die Pancho eraan toevoegde wat dit ook weer zeer indrukwekkend maakte.
Na afscheid te hebben genomen van de gids gingen we zelf door in de stad. De meest waanzinnige dingen die je dan tegenkomt. Een hele verdieping van een gebouw met honderden (?) automaten met spul in een balleke, zoals vroeger bij ons een kauwgomballenautomaat. Een gashapon heet dat hier en er zit van alles in. Anime figuurtjes, stickers, magneten, kleine food replicas. Verzin het en het is er wel.
Verderop was weer een pand met twee verdiepingen vol met van die grijpers die je kent van de kermis. Natuurlijk even ons geluk beproefd en na een paar vruchteloze pogingen wonnen we een pluchen aap! Sirenes gaan dan af en er komt direct iemand van de zaak naar je toe om je te feliciteren. Of bracht ie nou alleen maar iets? Anyway, er stond meteen iemand voor onze neus met een grote plastic zak. Paste nog veel meer in maar we lieten ons niet gek maken. Stoppen op je hoogtepunt.
Voor de avond hadden we al gepland om okonomiyaki te gaan eten. Dus ondanks dat we het met de lunch ook al hadden, op naar okonomimura, een gebouw met vier verdiepingen waarin op elke van die vier zo’n zes à zeven restaurants zitten die allemaal okonomiyaki serveren. Pancho had er eentje aangeraden dus, volgzaam als we zijn, daar gaan eten. Moeder van een jaar of 70 was de grillmaster en de dochter nam de bestellingen op en serveerde. Met z’n allen om de hete plaat en zo gauw je gerecht klaar was, werd het naar je toe geschoven. Ook weer zo leuk en lekker!

Nu zijn we in Kyoto Arashiyama,. Daarover meer in het volgende verslag. Tot de volgende keer, hier of op Polarsteps!
Arigato gozaimasu en sayounara,
Suzy en Andy
Verslag 3
Derde en laatste verhaaltje alweer, de koffers zijn gepakt en beduidend zwaarder dan op de heenreis. Rara? Wat hebben we genoten van de afgelopen drie weken. Het was intensief omdat we veel wilden doen en ook hebben gedaan. De laatste paar dagen in Osaka hebben we op zich niks gepland en bekijken we per dag wat het plan wordt. De overige dagen was er wel een must see bezienswaardigheid, een trein- of busreis of restaurant wat was gereserveerd. Maar we hebben nergens het gevoel gehad dat we aan het rennen en vliegen waren. De indrukken die we hebben opgedaan zijn blijvend. De prachtige steden, elk met hun eigen karakter, de vriendelijke mensen, de tempels en shrines, het overheerlijke eten. Teveel om op te noemen eigenlijk.
Nu eerst weer even graven in het geheugen, waar waren we gebleven? Vorige verslag eindigde in Kyoto Arashiyama waar we die dag aan waren gekomen. De treinreis daarheen hadden we opgesplitst in tweeën, het eerste deel van Hiroshima tot aan Himeji. Deze plaats is het meest bekend om zijn prachtige Himeji Castle, wat wordt beschouwd als het mooiste overgebleven feodale kasteel van Japan. Wanneer je het station uitkomt zie je het witte kasteel al in de verte. Een lange rechte weg leidt je er naartoe. Hoe dichterbij je komt, hoe imposanter het wordt. We hadden geluk met de strakblauwe lucht waartegen het kasteel prachtig afstak. De kersenbloesem zorgde voor een nóg mooier plaatje en de camera maakte overuren.
We hadden wat foto’s op internet gezien, Suus had er zelfs een puzzel van gemaakt, met het kasteel op de achtergrond, een rood bruggetje en een klein bootje op de voorgrond. Maar waar was dat verdomde bruggetje? Na wat omzwervingen buiten het kasteel hadden we het gevonden. Nu nog wachten op het bootje. Ook dat kwam, wij helemaal blij.

Omdat we tijd tekort kwamen om nog te lunchen in Himeji, op het station maar weer wat voer gekocht wat we tijdens het laatste deel van de reis in de Shinkansen konden eten. Het is, afgezien van het sjouwen met de koffers, een heel relaxte manier van reizen. Stoelen waarvan de rugleuning écht naar achter kan en echte beenruimte. Openbaar vervoer is hier betaalbaar en super comfortabel.
Eenmaal in Kyoto hebben we de koffers in het hotel afgezet en de buurt, Arashiyama, verkend. Overdag een zeer populaire bestemming vanwege het Bamboo Forest en het apenbos. Het is er dan ook gruwelijk druk. Totdat het zes uur wordt, de winkels sluiten en de toeristen teruggaan naar het centrum. Plotseling is het leeg en ben je de enige. Dat heeft dan weer als nadeel dat de meeste restaurants ook alleen overdag open zijn. Gelukkig hadden we al een reservering staan voor die eerste avond.
De volgende dag ging de wekker om 5 uur. We wilden namelijk foto’s van de Bamboo Forest zonder deze hordes toeristen. Dat is dankzij het vroege tijdstip gelukt. Alleen een vrouwke met een parasolleke wat aan het poseren was voor manlief (Bisschen weiter nach links! Etwas weiter nach hinten! Stop!) staat nu op sommige foto’s.

De rest van de dag hebben we fietsend door de achteraf straatjes van Arashiyama doorgebracht. Daar was het rustig en erg mooi. Aan het einde van de dag de drukte weer opgezocht om naar de epkes te gaan kijken. Ook weer een geslaagde dag.
Hiermee waren onze dagen in Kyoto nog niet voorbij. We hadden nog twee dagen in het centrum tegoed. Een stief kwartiertje met het boemeltje, tien minuten lopen en we waren in het volgende hotel.
Na het afgeven van de koffers een taxi besteld om naar Kinkaku-ji tempel te gaan. Ligt een eindje buiten de stad en is lastig met het openbaar vervoer te bereiken.Het is een tempel met een gouden paviljoen wat wordt omringd door een vijver. Het wordt heel mooi weerspiegeld in het water en straalt, ondanks de drukte, rust uit.

We hadden een druk schema deze zaterdag dus geen tijd verspillen, taxi aanhouden en naar de markt. De taxichauffeur die we troffen was een geval apart. Het viel al direct op dat hij verschillende euro munten op z’n dashboard uitgestald had liggen. Toen we moesten wachten bij een verkeerslicht werden die eraf gehaald en vol trots getoond. Die kwam uit Griekenland, die uit Duitsland en een volgende uit Letland. Nu komen wij nog uit de tijd van ding flof bips en Letland zat niet in dat rijtje dus ik dacht nog heel even dat ie was genept. Wie kijkt er tegenwoordig nog op een munt uit welk land deze komt? Een verkeerslicht verder kwamen de bankbiljetten tevoorschijn. Hij had biljetten uit 119 verschillende landen die in een sneltreinvaart één voor één werden laten zien. Syrië, Iran, Mongolië zijn een paar van de landen die ik heb onthouden omdat ze zo bijzonder waren. Daarna nog verschillende tram- en metrokaarten en toen waren we bij de markt. Was een bijzondere rit!
Die avond hadden we een reservering bij een restaurant wat zich volledig richtte op wagyu rundvlees. We waren met zes gasten waarvan wij als enige niet Japanners. Dat was voor de anderen zo bijzonder dat ze direct een fles champagne open lieten trekken om te proosten op een mooie avond. Ondanks de enorme taalbarrière, ze spraken slechts een beetje Engels, hebben we gesprekjes gehad. Onder andere over onze landgenoten Peter Aerts en Sem Schilt. Sport is een van die onderwerpen, net zoals eten en muziek, die het altijd goed doen om een gemene deler te vinden. We hebben een gezellige avond gehad met z’n allen. Veel Japanse chefs, ook de grote en bekende, specialiseren zich op een gegeven moment in bijvoorbeeld ramen, sushi of wagyu. Een ogenschijnlijk simpel gerecht wordt dan tot in de puntjes geperfectioneerd.
Zondagochtend was het weer om vijf uur Hammertime! We wilden, net als bij de bamboe, liefst zo weinig mensen op de foto maar nu bij Fushimi Inari-taisha, de rode Tori gates. In alle vroegte door Kyoto met de taxi. Eenmaal aangekomen was het inderdaad nog lekker rustig. Je kunt echt heel ver omhoog, er zijn zo’n 10.000 poorten maar omdat we nog meer op het ochtendprogramma hadden staan zijn we niet tot het einde gegaan.

Next stop was Kiyomizu-dera, een boeddhistische tempel met een pagode waar net een dienst werd gehouden. Door de chants kwam je in een soort zen modus. De mooie, serene omgeving deed de rest.
Na dit goddelijke, rustgevende begin van de zondag hebben we ons, uiteraard na het ontbijt, in de drukte van Kyoto gestort. Kyoto is onder meer bekend om zijn geisha district. Hier hadden we die middag een voorstelling in een prachtig oud theater, Minami-za kabuki, met traditionele dans en muziek van geisha en maiko. Het is een lentetraditie van Kyoto.
Voordat de voorstelling begon kon je ook nog een thee ceremonie bijwonen. We zijn er toch, laten we dat maar doen. Dat dachten meer mensen. Je werd van de ene zaal naar de volgende gejaagd en eenmaal in de zaal waar de geisha de ceremonie uitvoerde was het: zitten, kuukske opeten, bakske matcha atten en wegwezen! Tijd voor de volgende bups.
De voorstelling zelf duurde een uur en was prachtig. De vier seizoenen werden in acht verschillende scènes opgehangen aan het onmogelijke liefdesverhaal van een prins en z’n lief.

Na Kyoto gingen we naar Nara. Deze stad was ooit de hoofdstad van Japan en er zijn heel veel mooie tempels. Het andere selling point van Nara zijn de hertjes. Deze zijn beschermd in Nara vanwege het feit dat er een hele tempel is gewijd aan een god die ooit op een wit hert naar Nara kwam.
De hertjes van tegenwoordig worden gevoed door de toeristen en maken, als je geluk hebt, een buiging. Je ziet dus overal mensen buigen voor de herten in de hoop dat er een reactie komt.
Toen was het helaas alweer tijd voor onze laatste stop, Osaka. Hier hadden we drie nachten. In de met neon verlichte wijk Dotonbori, hadden we de eerste avond een food tour. Langs de hoofdweg en vele zijstraten vind je hier allerlei soorten eettentjes. We kennen al heul veul van de Japanse keuken maar werden toch nog regelmatig verrast. Door de bijzondere keuze voor waar we gingen eten en soms ook door de gerechten.
Degene die de tour begeleidde was de Japanse uitvoering van Dolf Jansen. Zelfde postuur en ook qua looks. Hij was naast gids ook nog chef en liefhebber van metal. Dankzij het Gojira shirt wat ik droeg, daar is de gemene deler muziek dan weer, hebben we het niet alleen over eten gehad. Wikiweetje: Gojira is de Japanse benaming voor Godzilla.
De andere dagen in Osaka hebben we gevuld met het verkennen van de verschillende wijken. De ene sjiek, de andere weer wat ruiger (zeker voor Japanse begrippen). Osaka Castle mocht natuurlijk niet ontbreken. Dit is ook weer een prachtig monument, alhoewel het niet meer het origineel is. Maar daar zie je verder niks van.
Donderdag zijn we onder andere naar de markt geweest. Daar hebben we trouwens voor het eerst een nigiri sushi met het extra vette Harakimi O Toro deel van de tonijn op. Dit is echt wel de wagyu van de tonijn, letterlijk genomen natuurlijk onjuist want wagyu betekent Japans rund maar het gaat om de vergelijking met de structuur.
De Umeda Sky Building, met z’n roltrap ‘buiten’ van het ene naar het andere gebouw, is niet te missen wanneer je hier bent. Hier hebben we de laatste ochtend genoten van het uitzicht over Osaka. Een afsluiting in lijn met onze eerste activiteit in Japan, het uitzicht vanaf de Tokyo Skytree.
Nog even wat typisch/opvallende Japanse dingen na drie weken reizen. In een paar accommodaties hadden we een bad. Wat is daar zo bijzonder aan? Het bad op zich is niet speciaal, de manier waarop je het vult wel. Er zit namelijk in plaats van een kraan, een controller met een display op de muur. Hierop moet je eerst de gewenste temperatuur in stellen. Vervolgens druk je op start en dan vult het bad uit zichzelf.
Dan wat bijzonderheden in de trein. Wanneer deze aankomt op de eindbestemming wordt ie eerst schoongemaakt én worden alle banken een halve slag gedraaid. Je reist dus altijd vooruit.
Wanneer de conducteur een coupé binnenkomt maakt hij eerst een buiging. Bij het verlaten van de coupé draait hij zich om en herhaalt dit ritueel.
Volgende op de lijst zijn de openbare toiletten. Naast het feit dat ze over het algemeen erg schoon zijn, worden er ook verhullende geluidjes afgespeeld zoals klaterend water of vogelgeluiden.
Wanneer je ergens old skool op een kaart staat te turen, omdat die @#*®% WiFi dongle het de laatste twee dagen opeens begaf, wordt eerst gevraagd waar je heen moet, geduldig uitgelegd hoe je moet lopen en vervolgens blijven ze kijken of je goed loopt. Zo niet, komen ze een stuk met je mee. Zoveel redenen om van dit land te houden.
We staan nu met de trein te wachten op een klein stationnetje omdat er richting het vliegveld een aanrijding met een persoon is geweest. Verschillende keren met de GO en Uber app geprobeerd een taxi te krijgen, maar helaas. We kunnen dus alleen maar hopen dat het snel wordt opgelost.
Tot zover de avonturen in Japan. Voor nu althans, we komen hier nog terug. Dus bij deze, bedankt voor de aandacht en tot gauw!
Suzy en Andy
PS We hebben het gered!